alzijdige druk
Op een lichaam dat is ondergedompeld in een fluïde medium (gassen of vloeistoffen) wordt altijd een alzijdige druk uitgeoefend omdat de atomen waaruit het medium bestaat, van alle kanten tegen het lichaam botsen. Daarmee oefenen zij per oppervlakte eenheid van het lichaam een zekere kracht uit en kracht per oppervlak is druk. In een gas is die druk afhankelijk van de dichtheid van het gas (hoe ijler hoe minder botsingen) en van de temperatuur (hoe hoger, hoe sneller de atomen bewegen bij de botsing).
gaswet
Wanneer we een bepaalde hoeveelheid gas in een vat stoppen (bijvoorbeeld een cilinder) en het volume verkleinen (door middel van bijvoorbeeld een zuiger) gaat de dichtheid en daarmee de druk omhoog. Hetzelfde geldt als het volume gelijk gehouden wordt maar het gas verwarmd wordt. Deze wetmatigheden staan bekend als de wetten van Boyle, Gay-Lussac en Charles. Zij stellen dat de druk ongekeerd evenredig is aan het volume en recht evenredig aan de temperatuur. Daarbij moet wel aangetekend worden dat hier de absolute temperatuur bedoeld wordt.
- P ~ 1/V
- P ~ T
Samengevat geeft dit de gaswet - P.V = n.R.T
Hier is R een constante (de gasconstante). R heeft een waarde van 8314,41 J/(K ·kmol) n staat voor de hoeveelheid gas (in kmol) die in de cilinder gestopt is.