frequentieverandering door Doppler-effect
Het Doppler-effect is een term uit de natuurkunde. Het Doppler-effect is de schijnbare verandering van golflengte en frequentie van geluid of licht (of andere golfverschijnselen) door een snelheidsverschil tussen de zender en de ontvanger. Het effect werd genoemd naar de Oostenrijkse natuurkundige Christian Doppler, die in 1842 dit verschijnsel voor zowel licht als geluidsgolven beschreef. In 1845 werd het experimenteel getoetst door de Nederlandse meteoroloog Christoforus Buys Ballot. Hij deed dat door een groep trompetters bij Utrecht in een open spoorwagon met hoge snelheid langs een groep observators te laten rijden.
Andere voorbeelden van het Doppler-effect bij geluid zijn bijvoorbeeld, wanneer een brommer, sirene of andere bewegende geluidsbron de waarnemer passeert, dus eerst nadert en zich daarna weer verwijdert. De waargenomen toon van het geluid wordt in dat geval eerst hoger en daarna lager.
In de astronomie treedt het effect op in de waarneming van Elektromagnetische straling, waardoor de kleur of spectraallijn van een uitgezonden signaal wordt veranderd. Wanneer een ster zich van de waarnemer af beweegt wordt waargenomen dat de kleur naar het rood verschoven is (zg. roodverschuiving); omgekeerd, wanneer de ster zich naar de waarnemer toe beweegt wordt een kleur- of spectraalverschuiving naar het blauw toe waargenomen.
In de geneeskunde vind het akoestische Dopplereffect een toepassing bij onderzoek naar de snelheid van het bloed in de aderen, dat met ultrageluid kan worden gemeten.
Bij GPS systemen worden met het Doppler-effect snelheden berekend.