De Dertigjarige Oorlog duurde van 1618 tot 1648 en eindigde met de Westfaalse Vrede Vrede van Münster en Vrede van Osnabrück. De dertigjarige oorlog geldt als een van de eerste moderne 'landoorlogen'. Zo kwam éénderde van de bevolking van het Heilige Roomse Rijk om het leven, en het land liep een grote achterstand in zijn ontwikkeling op. De oorzaak van de oorlog ligt op verschillende gebieden. Een van de oorzaken was het spanningsveld tussen de protestanten en de katholieken in Duitsland. Een andere oorzaak wordt gevormd door de geringe macht van het Habsburgse keizerrijk.
De aanleiding tot de oorlog was de verkiezing van de fanatiek katholieke Ferdinand, aartshertog van Stiermarken, als koning van het overwegend protestantse Bohemen. Bezorgd over hun religieuze vrijheid, kwam het tot ongeregeldheden, waarbij in mei 1618 twee katholieke adviseurs uit de kasteelramen van de Praagse burcht werden gegooid (Tweede Praagse Defenestratie). Spoedig breidde het conflict zich uit tot groot-Bohemen: Bohemen, Silezië, de Lausitz en Moravië. De inwoners van Bohemen kozen de keurvorst van de Palts als hun vorst, waarna ook de vorst van Beieren zich in het conflict mengde. Op deze wijze breidde het conflict zich over heel Duitsland uit.
De Dertigjarige oorlog wordt in vier fasen verdeeld:
- Boheemse periode 1618-1623
- Deense periode 1623-1630
- Zweedse periode 1630-1635
- Franse periode 1636-1648