Een dag is de tijd die de Aarde nodig heeft voor een volledige omwenteling (om de Noord-Zuidas). Een wat nauwkeuriger aanduiding is etmaal (d.w.z. dag en nacht). De zonnedag (tijd tussen het weer even hoog aan de hemel staan van de zon) is niet even lang als de sterrendag (tijd tussen het weer op dezelfde plaats staan van de sterren). Het verschil bedraagt ongeveer 4 minuten. Dit komt doordat de aarde tijdens een omwenteling verder gereisd is in haar baan om de zon.
De snelheid waarmee de aarde om haar as draait, neemt langzaam af als gevolg van de getijdenwerking van de Maan en de Zon. De dag wordt dus steeds langer. Ook wisselt de omwentelingssnelheid van de aarde met de massaverdeling - krimpen de oceanen of de atmosfeer wat in door afkoeling, dan gaat de aarde wat sneller draaien (behoud van draaimoment). Dergelijke verschillen zijn met moderne tijdmeetmethoden goed waarneembaar.
Voor de betekenis van namen van de dagen: zie week. Na de Franse revolutie kregen de dagen andere namen, zie: Franse Republikeinse Kalender