Tagoror  

Encyclopedie




Cricket

Cricket is een balsport waarbij punten worden gescoord door zo hard mogelijk heen en weer te lopen. De sport is met name populair in de landen van het Britse Gemenebest.

Table of contents
1 Het spel
2 Geschiedenis
3 Cricket in Nederland

Het spel

Cricket heeft geen spelregels. In plaats daarvan zijn er 42 wetten. De wetten zijn oersimpel, met uitzondering van de uitzonderingen.

Het veld

Het cricketveld is min of meer rond en wordt afgebakend door een polsdik touw dat in het gras ligt. Verplichte afmetingen voor het veld zijn niet vastgesteld maar een doorsnede van ongeveer honderd meter is gebruikelijk. In principe dienen zich op het veld niet te veel obstakels te bevinden - één of twee bomen is geen bezwaar maar het moet niet te gek worden.

Middenop het veld is het gras extreem kort gemaaid. De op die manier ontstane rechthoek wordt het wicket genoemd. De afmeting van het wicket is 20,12 bij 3,05 meter.

Aan de korte zijden van het wicket bevinden zich kniehoge houten constructies die, verwarrend genoeg, eveneens wickets worden genoemd. Deze wickets bestaan uit drie rechtopstaande paaltjes die met zodanige tussenruimte op een rijtje zijn gezet dat de bal niet tussen de uitsparingen door kan. De paaltjes heten stumps. De toppen van de stumps worden overbrugd door twee kleine houtjes die bails worden genoemd. De zo ontstane constructie is zo labiel dat de bails al bij een geringe aanraking van het wicket op de grond vallen. Dat is dan ook de bedoeling.

Voor elk van de beide wickets bevindt zich een rechthoek van 2,64 bij 3,05 meter die de crease wordt genoemd.

Het spelverloop

Een professionele cricketwedstrijd verloopt ongeveer als volgt:

Om een uur of elf in de ochtend wordt het veld door vijftien mensen betreden. Twee van hen zijn scheidsrechters. Ze zijn herkenbaar aan witte jassen. Door niet-kenners worden ze daarom wel eens aangezien voor slagers. Een van hen stelt zich op achter een van de wickets. De ander houdt vanaf de zijkant het tweede wicket in het oog.

Twee spelers stellen zich min of meer vóór de wickets op. Zij zijn leden van de slagploeg en vormen het eerste partnership van de wedstrijd. Elk van hen heeft de beschikking over een van wilgenhout vervaardigd slaghout, of bat. Tevens zijn zij beiden uitgerust met beschermende kleding. Helm en kniebeschermers zijn voor de slaglieden geen overbodige luxe omdat cricketballen erg hard zijn: ze worden vervaardigd door een stuk kurk stevig met touw te omwikkelen en daaromheen leren buitenlaag te naaien.

De overige elf cricketers nemen posities in het veld in. Een van hen springt in het oog omdat hij een grote handschoen draagt en zich pal achter een van de wickets opstelt. Dit is de wicket keeper. Een ander valt eveneens op omdat hij driftig met een bal over zijn dijbeen wrijft. Hij is de bowler (werper). De rest van de veldspelers zijn een stuk minder actief. Sommigen staan helemaal aan de rand van het veld en lijken zich stierlijk te vervelen. Dit zijn spelers die later aan de beurt komen om te bowlen, of lieden van wie bekend is dat ze erg slecht zijn in het vangen van de bal. Zij staan slechts opgesteld omdat ze goed kunnen batten. In het veld houden ze zich meestal bezig met het uitdelen van handtekeningen en het amuseren van het publiek.

Bij aanvang van het spel gooit de bowler de bal vanuit de crease in de richting van het tegenovergelegen wicket. Hij mag dit zes keer achter elkaar doen. Daarna roept de scheidsrechter 'Over!'. Een serie van zes worpen wordt daarom een over genoemd. Na afloop van een over mag een collega-bowler vanaf de andere zijde bowlen. Deze procedure zet zich voort tot het donker is. Af en toe wordt er gepauzeerd om thee te drinken.

De taak van de batsmen is ondertussen om niet uit te raken. Een batsman is uit indien de bal zijn wicket zo hard raakt dat minstens één van de bails op de grond valt. Ook wanneer een bal die hij wegslaat wordt gevangen, is de batsman uit. Slaagt de batsman er echter in om de bal veilig weg te meppen dan kan hij vervolgens een punt, oftwel een run, scoren door met zijn slagpartner van plaats te wisselen. Beide spelers moeten daarvoor dus de lengte van het wicket overbruggen. De wickets hebben bij zo'n poging dezelfde functie als bij honkbal de honken: wanneer de veldploeg erin slaagt om een wicket met de bal om te kegelen terwijl de slagman de bijbehorende crease nog niet heeft bereikt, dan is deze slagman uit.

Doordat de beide batsmen in de loop van het spel van plaats kunnen wisselen en er bovendien na elke over vanaf de andere zijde wordt geworpen, zijn de batsmen afwisselend aan slag. Een batsman die uit is, wordt vervangen door een teamgenoot. Wanneer alle-slaglieden-op-één-na op die manier uit zijn geraakt, kan er geen parnership meer worden gevormd en is de slagbeurt voorbij. De andere ploeg komt vervolgens aan slag en wanneer die ook allemaal-op-één-na uit zijn, wordt de partij die de meeste runs heeft gescoord als winnaar aangewezen. Let wel: dit is het principe. In de praktijk zijn er diverse manieren om volgens dit principe cricketwedstrijden te houden. Het is bijvoorbeeld niet nodig om je slagbeurt helemaal af te maken wanneer je toch al meer runs dan je tegenstander hebt gescoord. Ook zijn er diverse systemen bedacht om te voorkomen dat een cricketwedstrijd meerdere weken gaat duren.

Behalve de manieren die hierboven werden genoemd, zijn er nog enkele voorbeelden van uitzonderlijk domme dingen die een batsman kan doen om uit te raken. Deze zijn van de orde 'op je eigen wicket gaan zitten' en komen zelden voor. Wel veelvoorkomend is daarentegen een van de meest controversiële manieren om uit te geraken: door een zogenaamde lbw [elbiedobbeljoe]: 'leg before wicket'.

Een slagman begaat een lbw wanneer hij een bal tegen zijn lichaam krijgt. Een bal die het wicket sowieso niet geraakt zou hebben, mag echter gerust met het lichaam worden opgevangen. Of de bal op het wicket afkoerste en dus lbw-waardig is, is ter beoordeling van de scheidsrechter, vaak met hooglopende discussies als gevolg.

Boze tongen beweren dat de lbw is uitgevonden om toch nog enige opwinding te veroorzaken tijdens een verder nogal saaie sport.

Een batsman is overigens pas uit indien hij ofwel na een begane blunder zelf het veld verlaat, ofwel nadat de veldploeg de scheidsrechter om een beslissing vraagt. Zo'n verzoek heet een appeal en kan door elke veldspeler aan de scheidsrechter worden gedaan door de vraag: "How's That?" ("Wat dacht je daarvan?".) Afhankelijk van het belang van de wedstrijd en de nationaliteit van de appealer wordt dit ook wel uitgesproken als: "Howzaaaat?!" of "HwzaaaaaaAAAGH???!!!"

Indien de scheidsrechter vaststelt dat een speler volgens de wetten uit is, maar niemand van de spelers schijnt het op te merken, dan houdt de scheidsrechter zijn mond. Wanneer een scheidsrechter een appeal honoreert, doet hij dat door zijn hand op te steken. Wanneer hij vindt dat de speler niet uit is doet hij niks, op de nadrukkelijke manier waarop alleen cricketscheidsrechters niks kunnen doen.

Een ander gebaar dat de scheidsrechter kan maken is het horizontaal heen en weer bewegen van de hand. Hij geeft hiermee aan dat de batsman de bal tot buiten het veld heeft geslagen. De batsman hoeft nu niet heen en weer te lopen tussen de wickets maar krijgt automatisch 4 runs toegekend. Het publiek juicht en zwaait met bordjes waarop een grote vier staat afgedrukt.

Nog spectaculairder is een bal die in één keer buiten het veld wordt geslagen - dus: zonder dat hij binnen het veld heeft gestuiterd of gerold. Zo'n bal is 6 runs waard. Er bestaan eveneens bordjes voor en ook een scheidsrechtergebaar: beide handen omhoog.

Behalve voor deze fours en sixes (ook wel boundaries genoemd) zijn er nog talrijke andere dingen waarvoor het publiek mag juichen. Bijvoorbeeld: een batsman heeft een veelvoud van 50 runs bereikt; beide batsmen hebben samen een veelvoud van 50 runs bereikt; de teamscore is op een veelvoud van 50 runs gekomen of de bowler heeft een over gebowld zonder dat er een run is gescoord.

Omdat binnen het cricket zo ongeveer elke gespeelde bal nauwkeurig wordt gearchiveerd kan er ook worden gejuicht wanneer de batsman bijvoorbeeld de vijfduizendste run van zijn carrière maakt. Eigenlijk wordt er tijdens elke cricketwedstrijd wel weer een mijlpaal bereikt die het waard is om gevierd te worden. Zo wordt de lange tijd die een wedstrijd duurt overzichtelijker gemaakt en heeft het publiek altijd wat te doen.

Geschiedenis

De prehistorie van het cricket

Hoewel er iets te zeggen valt voor de theorie dat cricket werd uitgevonden door de eerste mens die voor zijn plezier met een stok tegen een steen sloeg, houden Britse historici het erop dat de sport rond 1600 in Zuid-Oost Engeland is ontstaan. Volgens Franse historici is cricket echter een Frans spel en hebben de Engelsen het tijdens de Honderdjarige Oorlog overgenomen. Vlaamse kenners hebben vastgesteld dat er op de schilderijen van Bruegel al gecricket wordt.

Over de herkomst van het woord 'cricket' bestaat een soortgelijke verwarring. Het is ofwel afkomstig van 'cricce' - het Angelsaksische woord voor een herdersstaf - of van 'krikstoel', de naam waarmee in de Lage Landen van de middeleeuwen een kerkbankje werd aangeduid. In het Frans heette zo'n bankje een 'cricket'.

Bij vroege vormen van cricket werden wickets gebruikt die inderdaad iets weghadden van een laag bankje. Cricket in zijn huidige vorm - met rechtop staande wickets - dateert van later tijd en is zonder twijfel Engels.

Lord's en de MCC

In de achttiende eeuw was cricket uitgegroeid tot een van de favoriete sporten van de Britse aristocratie. De Londense elite stoorde zich echter aan het feit, dat hun wedstrijden op een grasveld in Islington door jan en alleman konden worden gadegeslagen. Thomas Lord richtte daarom in 1787 in de wijk Marylebone een afgesloten cricketterrein in. De bijbehorende vereniging - de Marylebone Cricket Club of kortweg: MCC - introduceerde een jaar later de eerste cricketwetten en beheert deze tot op de dag van vandaag.

In 1811 verhuisde Lord zijn stadion naar Regents Park en in 1814 naar de huidige locatie in St John's Wood waar het al snel de bijnaam The Home of Cricket verwierf.

De eerste grasmaaier op Lord's deed in 1864 zijn intrede - voor die tijd werd het veld door grazende schapen geprepareerd.

The Ashes

In 1880 vond in Engeland de eerste serieuze wedstrijd tussen de landenteams van Engeland en Australië plaats. De MCC had in de jaren daarvoor al een paar keer door Australië getourd maar die wedstrijden worden niet zo serieus genomen. De beste Engelse spelers hadden destijds namelijk geen zin in een lange bootreis om tegen een paar onbeduidende kolonialen te spelen.

Het kostte de Australiërs zelfs heel wat overredingskracht om de zich superieur wanende Engelsen tot het spelen van een 'testmatch' op Engelse bodem over te halen.

De wedstrijd werd uiteindelijk gespeeld op de Londense Kennington Oval. Engeland had, vanwege een rampzalig verlopende tweede slagbeurt, grote moeite om de wedstrijd te winnen. Uiteindelijk gaf W.G.Grace de doorslag: Engeland won met een verschil van 5 wickets maar de Australiërs hadden hun visitekaartje afgegeven.

Dat de sport inmiddels nauw verbonden was geraakt met het Engelse zelfbewustzijn bleek toen Australië er in 1882 in slaagde om van het Engelse team te winnen. Met enig gevoel voor melodrama plaatste de Sporting Times daags na de wedstrijd een necrologie voor het overleden Engelse cricket. Er werd aangekondigd dat de as van het gecremeerde lichaam naar Australië vervoerd zou worden.

Het vervolg op deze komedie kwam een jaar later toen Engelse cricketers op Australische bodem een match wonnen: de voorzitter van de Engelse cricketbond kreeg van de Australiërs een urn cadeau, met daarin de verbrande resten van een bail (een onderdeel van een wicket,) om mee te nemen naar Engeland.

Testmatches tussen Engeland en Australië worden sindsdien aangeduid als een strijd om 'the Ashes'.

Cricket in Nederland




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.