Discussie tussen evolutionisten en creationisten
De discussie tussen evolutionisten en creationisten kan geen wetenschappellijk debat genoemd worden. In de eerste plaats komt dit doordat creationisten niet het bestaan van God en daarmee schepping kunnen bewijzen, maar voornamelijk proberen zaken te vinden die de evolutietheorie niet kan verklaren. Evolutionisten steunen op de conclusies van de gangbare wetenschap, zoals gedragen door nagenoeg alle wetenschappers, dus de discussie is eerder tussen de gangbare wetenschap en geloof. Er zijn slechts een handvol creationistische wetenschappers, en die bevinden zich typisch buiten hun vakgebied wat betreft deze discussie, uitzonderingen zoals biochemicus Michael Behe daargelaten. Desondanks beschuldigen creationisten de evolutionisten ervan evenzomin op een wetenschappellijke manier bezig te zijn. Hierbij hanteren zij een extreem nauwe definitie van wetenschap, die stelt dat om iets wetenschappelijk vast te kunnen stellen men een verschijnsel moet kunnen herhalen dmv. experimenten. Zij zeggen dat noch schepping of evolutie door de mens herhaald kunnen worden op proefondervindelijke basis. In de talrijke experimenten met radioactieve bestraling van bijvoorbeeld fruitvliegjes is er namelijk nooit een evolutionaire ontwikkeling waargenomen. Uit zulke experimenten zijn slechts wezens met afwijkingen voorgekomen.
Ook al heeft de evolutiehypothese kenmerken van geschiedwetenschappen hoort zij volgens de evolutionisten wel degelijk bij de exacte wetenschappen, omdat het een zeer grote hoeveelheid tastbare en herhaaldelijk waarneembare feiten zou omspannen in tegenstelling tot het creationisme. Hierbij wordt de gangbare definitie van wetenschap gehanteerd, waarbij een theorie ondersteund wordt door de voorspelbare waarnemingen die in de natuur gedaan kunnen worden (=empirische waarnemingen), en niet noodzakelijkerwijs alleen in het laboratorium. Een grootschalig proces als evolutie heeft immers sporen achtergelaten die wetenschappelijk onderzocht kunnen worden.
Evolutionisten en creationisten hebben beiden geen wetenschappelijke verklaring voor het ontstaan van materie/energie, tijd en ruimte. Creationisten gaan uit van de schepping van ruimte, tijd en materie/energie. Volgens evolutionisten is de uiteindelijke oorsprong van het heelal niet na te gaan.
Sommige creationisten doen geen enkele poging om hun creationistisch denken wetenschappelijk te verdedigen en volstaan met te verwijzen naar het scheppingsverhaal van Genesis. Sommige evolutionisten vertrouwen op de wetenschappelijkheid van de evolutieleer zonder de argumenten van de evolutieleer of de tegenargumenten van de creationisten te onderzoeken. Andere evolutionisten worden na het bestuderen van de argumenten van de creationisten zo ontmoedigd door alle verdraaiingen en halve waarheden dat ze uiteindelijk tot de conclusie komen dat een zinnige dialoog niet mogelijk is. De discussie wordt dan ook nagenoeg door bijna alle (evolutionistische) wetenschappers genegeerd als irrelevant. Voor hen was het hele debat al afgesloten aan het einde van de 19e eeuw.
Discussie onder christenen
Omdat de meeste christenen in Nederland niet geloven in de letterlijke vorm van creationisme, is in de meeste kerken evolutie algemeen geaccepteerd. Daarentegen is volgens sommige onderzoeken bijna de helft van de Amerikaanse christenen creationistisch. Sommige christelijke groeperingen spannen zich enorm in om aan te tonen dat het creationisme wetenschappelijk verantwoord is. Andere christenen vinden het letterlijk nemen van de zes scheppingsdagen een niet verantwoorde exegese van Genesis, wat wel degelijk wil zeggen dat ze het creationisme verwerpen. Externe links