Tagoror  

Encyclopedie




Coelacanth

Coelacanthen (orde Coelecanthiniformes of Actinistia) vormen een groep kwastvinnige vissen. Er is slechts een levend geslacht bekend, Latimeria (de coelacanth), met een soort L. chalumnae uit de Comoren, terwijl een tweede soort, L. menadoensis later in Indonesië werd ontdekt. De coelacanth geldt als het standaardvoorbeeld van een levend fossiel. Tenzij anders vermeld zijn onderstaande gegevens geldig voor L. chalumnae.

Table of contents
1 Geschiedenis
2 Uiterlijk
3 Leefgebied
4 Levenswijze
5 Zeldzaamheid
6 Voortplanting

Geschiedenis

Als fossielen zijn de Coelacanthini al veel langer bekend dan als levende dieren. De eerste beschrijving was afkomstig van de paleontoloog Louis Agassiz, die in 1836 de soort Coelacanthus granulatus uit het Perm beschreef. Sindsdien zijn er verscheidene andere fossielen gevonden, doch geen enkele van na het Krijt.

In december 1938 werd in Zuid-Afrika, bij de monding van de Chalumna, een onbekende vis gevangen. De vis werd naar Majorie Courtenay-Latimer van het natuurhistorisch museum van East London gebracht. Zij nam contact op met de ichthyoloog James Leonard Brierly Smith, die de vis het volgende jaar onderzocht. Zijn onderzoek bevestigde zijn vemoeden dat het om een coelacanth ging, en hij schreef zijn bevindingen in een artikel in Nature.

Smith ging op zoek naar verder exemplaren, en in Zuid-Afrika en elders werd een beloning opgesteld voor een volgende vangst. In december 1952 werd een volgend exemplaar gevangen bij de Comoren. Smith wist het te bemachtigen, en beschreef het exemplaar onder de naam 'Malania anjouae' De Fransen, die de Comoren als kolonie hadden, waren woedend, en de verdere uitvoer van coelacanths werd verboden. Tot 1965 konden slechts Franse wetenschappers de vissen onderzoeken, en deze deden een minutieus onderzoek naar de anatomie van de dieren.

Uiterlijk

Het uiterlijk van een coelacanth wijkt nogal af van dat van de meeste vissen Het duidelijkste verschil met straalvinnigen is dat er niet een, maar twee rugvinnen zijn. Daarnaast is ook de bouw van de vinnen anders. Bij straalvinnigen bestaan de vinnen uit stevige doch flexibele stralen, die aan de huid verbonden zijn. Bij kwastvinnigen zoals de coelacanth is dit alleen bij de eerste rugvin het geval. De andere vinnen bestaan uit een gespierde, rond botten opgebouwde stam, die slechts aan het uiteinde een kwast van vinstralen heeft. Typisch voor de coelacanthini is een vergelijkbare, zelfstandig beweegbare vin in het midden van de staartvin.

In tegenstelling tot de meeste fossiele coelacanthen is 'Latimeria' een relatief grote vis, die tot circa 180 cm lang wordt.

Op de bovenkant van de kop bevindt zich een uniek, onbekend zintuig. Wat hierdoor wordt waargenomen is onbekend, een mogelijkheid is dat het stralen uitzend en bij eten of prooien terugkaatst zoals en sonar

Leefgebied

Behalve het eerste exemplaar, werden tot voor kort alle 'Latimeria' gevangen bij de Comoren, meer specifiek bij 2 van de 4 eilanden, Anjouan en Grande Comore. Veel wetenschappers vermoeden dat dit het enige hoofdvoorkomensgebied is, maar het zou ook kunnen dat het verspreidingsgebied groter is, en dit slechts het enige deel van het gebied is waar op grotere diepte naar grotere vissen gevist wordt. In 2000 werden coelacanthen gevonden bij de kust van Zuid-Afrika.

Een tweede soort, 'Latimeria menadoensis' werd in 1997 ontdekt op een vismarkt in Celebes.

Levenswijze

De meeste vangsten zijn gedaan op een diepte van circa 200 meter, maar ook hier is onbekend hoe representatief dit is. Mogelijk leven de coelacanthen net als sommige van hun mogelijke prooidieren overdag in dieper water, en komen alleen 's nachts omhoog naar deze diepten.

De jachtmethode van 'Latimeria' is onbekend, maar men vermoedt dat ze rustig rondzwemmen tot een prooi voldoende dichtbij komt, en dan met een korte spurt toeslaan.

Zeldzaamheid

Het is onbekend hoeveel coelacanths voorkomen. Vangsten zijn zeldzaam, naar schatting zijn er in totaal 200-400 gevangen (data 1990). Of dit op werkelijke zeldzaamheid duidt, of dat ze slechts gevangen worden in een klein deel van het leefgebied (bijvoorbeeld doordat ze normaal in dieper water leven), is onbekend. Ondanks deze onduidelijkheid zijn er al beschermingsmaatregelen genomen: de particuliere handel in gevangen dieren is verboden.

Voortplanting

Coelacanthen zijn ovovivipaar, dat wil zeggen dat de eieren in het lichaam van het vrouwtje bevrucht en uitgebroed worden. Hoe de bevruchting plaatsvindt, is onduidelijk.



Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.