De Club van Rome werd eind jaren '60 van de 20e eeuw opgericht door Europese wetenschappers om hun bezorgdheid over de toekomst van de wereld voor het voetlicht te brengen. De Club bestond oorspronkelijk uit 36 leden die in april 1968 voor het eerst bij elkaar kwamen in Rome, vandaar de naam. De oprichting van de Club van Rome werd geďnitieerd door de Italiaanse industrieel Aurelio Peccei en de Schotse wetenschapper Alexander King.
Vanaf 1968 kwam het gezelschap elk jaar bijeen in een ander land om over het milieu te praten.
Men kreeg in één klap bekendheid met het rapport Grenzen aan de groei dat in 1972 werd uitgebracht. Hierin werd voor het eerst een verband gelegd tussen economische groei en de gevolgen hiervan voor het milieu. Het rapport, dat door velen als ongefundeerd doemscenario werd gekwalificeerd, gaf een prognose van het grondstof- en voedselverbruik in de wereld voor de komende jaren. Daarin werd een beeld van snel oprakende voorraden geschilderd. De impact werd nog eens versterkt door de oliecrisis die in 1973 door de Islamitische landen, verenigd in de OPEC, werd veroorzaakt als vergeldingsmaatregel na de overwinning van Israël in de Yom Kippur oorlog en tegen de overwegend pro-Israëlische Westerse wereld.
30 jaar later is het rapport in 37 talen vertaald en zijn er 12 miljoen exemplaren van verkocht over de gehele wereld.
Hoewel de prognoses op vrijwel geen enkel punt zijn uitgekomen heeft het rapport er wel voor gezorgd dat het milieu wereldwijd op de politieke agenda is komen te staan.
De Club van Rome heeft geen politieke macht, zoals regeringen, of economische macht, zoals multinationals. Daarom verloopt de beďnvloeding moeizaam en traag.