Tagoror  

Encyclopedie




Celcyclus

Table of contents
1 Celcyclus Algemeen
2 Mitose
3 Meiose

Celcyclus Algemeen

Groei en ontwikkeling zijn kenmerken van het leven. Omdat alle levende organismen uit cellen bestaan, is groei een proces dat zich afspeelt op het niveau van de cel. Een cel kan beperkt in omvang toenemen, maar voor werkelijke groei is vermeerdering van cellen nodig. Het pricipe van vermeerdering van cellen is eenvoudig: een cel doorloopt een fase waarin zij in omvang toeneemt, plasmagroei, daarna deelt de cel zich en twee nieuwe 'dochter'cellen worden gevormd. Het proces van celvermeerdering bestaat uit drie fasen:

Een groeiende cel heeft meer voedingsstoffen nodig en produceert meer afvalstoffen. Deze toenemende vraag beperkt de grootte van de cel. hoe groter de cle, des te langzamer de voedingsstoffen en afvalstoffen in en uit de cel gaan. Dus een kleinere cel zorgt voor een sneller transport en hoe sneller het transport des te sneller de stofwisseling en groei. Dit betekent dat kleine cellen sneller groeien en delen. Een cel kan dus niet te groot worden, omdat het stoffentransport dan te traag verloopt. De eenvoudige oplossing voor dit probleem is het proces van celdeling om zo meer cellen te produceren.

De celdeling waarbij twee cellen ontstaan die dezelfde kenmerken bezitten als de oorspronkelijke cel waaruit zij ontstaan zijn, heet mitose of ongeslachtelijke deling.


Schematische weergave van de celcyclus

eukaryote cellen hebben eenzelfde celcyclus, deze is ruwweg in te delen in twee fases, namelijk:

  • Interfase, voorbereiden op het delen van de cel.
  • Mitose, de uiteindelijke deling van de cel.

We kennen ook nog Meiose dat eveneens een manier is van celdeling.

De Interfase wordt ingedeeld in drie fases:

  • De G1-fase, belangrijke toename van cytoplasma in de cel. En het aanmaken van eiwitten, ter voorbereiding op de celdeling.
  • De S-fase, de cel gaat alle chromosomen of anders gezegd alle informatie die de kern bevat voor het functioneren van de cel kopiëren. Het materiaal kan dan tijdens de mitose worden gedeeld. Elk van de twee nieuwe chromosomen heet nu chromatide
  • De G2-fase, de periode tussen het verdubbelen van het DNA en de deling van de cel. In deze fase worden bepaalde stoffen gemaakt die belangrijk zijn voor de celdeling.

Mitose


Schematische weergave van Mitose

Het zaadje komt bij het eitje en direct begint de cel zich te delen, doormiddel van mitose. Dit proces gaat eindeloos door totdat een mens of een dier is gevormd. Een mens heeft ongeveer 10.000.000.000.000 cellen.

In de kern van een eukaryote cel liggen de chromosomen met het erfelijke materiaal en de kernlichaampjes (nucleoli) ingebed in een korrelige massa, het kernplasma. De kern wordt omgeven door een dubbelmembraan, de kernenvelop.

Een kern kan niet zomaar in tweeën worden gedeeld. De chromosomen moeten bij een mitose onveranderd worden doorgegeven van cel naar cel. De chromosomen die alle erfelijke informatie bevatten, worden dan ook verdubbeld of gekopieerd en daarna over beide cellen verdeeld. Deze erfelijke informatie is belangrijk voor de regeling van alle scheikundige activiteiten in de cel en daarmee belangrijk voor de ontwikkeling en de functie van de cel.

In de S-fase worden de chromosemen gekopieerd. Elk van de twee nieuwe chromosomen heet nu chromatide. Dit betekent bij de mens 46 dubbele G2-chromosomen, elk G2-fase chromosoom bestaat uit twee identieke chromatiden.
Als de cel aan de mitose begint, gaan de chromosomen zich oprollen; dit wordt spiraliseren genoemd. De chromosomen worden korter, maar ook dikker. De chromosomen zijn nu lichtmicroscopisch zichtbaar. het spiraliseren heeft als voordeel dat de chromosomen bij het splitsen en verdelen hanteerbaarder zijn.

Profase

Na de interfase waarin het erfelijk materiaal verdubbeld is volgt de eerste fase van de mitose: de profase of voorbereidingsfase. De profase wordt gekenmerkt door:

1. Vorming van de spoelfiguur

In eukaryote cellen ligt net buiten de kernenvelop het centrosoom een gebied waarin bij dierlijke cellen de twee centriolen liggen. De centriolen verdubbelen zich in het begin van de profase en bewegen zich dan elk langzaam naar één kant van de kern. Geleidelijk ontwikkelt zich uit elk van de centrosomen een structuur van draden. Deze draden zijn gemaakt van microtubuli (Latijn: tubuli, buisjes). Een aantal evenwijdig lopende microtubuli vormt samen bundels, spoeldraden genaamd, die groot genoeg zijn om met de lichtmicroscoop te zien. De microtubuli zijn gemaakt van het eiwit tubuline. Als de centrosomen met de centriolen elk aan één kant van de kern aangekomen zijn, is er een netwerk van draden ontstaan die de gehele kern omspant. Dit wordt spoelfiguur genoemd. De spoelfiguur is voltooid aan het begin van de metafase.

Plantencellen hebben geen centriolen, wel een centrosoom, vanuit het centrosoom worden de microtubuli gevormd.

Tegen het einde van de profase gaan de verdubbelde chromosomen, die nog kriskras verspreid en gekronkeld door de cel liggen, zicht ontwarren en oprollen (spiraliseren). Door het verkorten van de chromosomen worden zij dikker en met een goede lichtmicroscoop is dan te te zien dat elk chromosoom uit twee identieke delen bestaat, de chromatiden. De chromatiden zijn na het spiraliseren kort en dik genoeg om over de twee dochtercellen verdeel te worden zonder dat zij breken. De chromatiden zitten aan elkaar vast in een gebied dat centromeer wordt genoemd. Elk van de chromatiden zit vast aan de draden van de spoelfiguurd. Deze draden worden trekdraden genoemd. Door de spanning van de trekdraden aan elke kant van de chromatiden worden de chromosomen naar het midden van de cel gebracht. Een tweede soort draden van de spoelfiguur wordt steundraden genoemd, deze zitten niet vast aan de chromatiden, maar lopen door van centrosoom tot centrosoom.

Metafase

Een cel met een spoelfiguur heeft iets weg van een wereldbol, met aan de uiteinden van de polen en in het midden de evenaar, hier het equatorvlak genoemd. Wanneer de centromeren van elk van de chromosomen in één vlak in het centrum (equatorvlak) van de cel liggen, begint de metafase. De metafase is afgelopen zodra de chromatiden loslaten, doordat het centromeer zich in tweeën deelt. de twee chromatiden vormen nu elk een zelfstandig chromosoom. De metafase is een korte fase, voor de meeste cellen maar een paar minuten. De metafase is de fase waarin de chromosomen het duidelijkst bestudeerd kunnen worden, deze chromosomen heten metafse-chromosomen.

Anafase

De beslissende fase van de mitose is de anafase. Het is alsof na een signaal de verbindingen tussen de chromatiden, op de plaats van de centromeren, loslaten en de enkele chromatiden (nu chromosomen) zich elk in tegenstelde richting naar de centrosomen of polen bewegen. Het bewegen van de chromosomen naar de polen gebeurt door het inkorten van de microtubuli of trekdraden. De anafase stopt wanneer elke set chromosomen aangekomen is aan zijn pool. Hier zullen de nieuwe kernen gevormd worden. De anafase is de korste fase van de mitose.

Telofase

De telofase is in wezen een omgekeerde profase. De chromosomen despiraliseren, ontrollen zich, en worden zo weer lange dunnen draden, die weer onzichtbaar zijn voor de lichtmicroscoop. De chromosomen worden opnieuw 'verpakt' in een kernenvelop en de vorming van twee complete kernen is dan voltooid. hiermee is de kerndeling beëindigd en kan de cel zich gaan delen. Dit proces waarbij het cytoplasma van de cel deelt en er twee nieuwe cellen ontstaan heet cytokinese.

Nadat de Telofase ten einde is gekomen, is het resultaat twee nieuwe cellen, die elk weer beginnen met de Interfase, het voorbereiden op een nieuwe mitose, op een nieuwe deling.

Meiose

Meiose is ongeveer gelijk aan Mitose, toch is er een heel belangrijk verschil. De Mitose kenmerkt zich door al het DNA te copiëren en die vervolgens over de twee nieuw te vormen cellen te verdelen. In het proces van de Meiose copiëert de cel het DNA helemaal niet en geeft de helft af van het genetische materiaal. Een normale menselijke cel bevat 46 chromosomen, maar een cel ontstaan door Meiose bevat slechts 23 chromosomen. De zaadcel en de eicel zijn hier goede voorbeelden van. Beide cellen zijn ontstaan uit het proces van Meiose. Door de zaadcel en de eicel samen te voegen, ontstaat er een Zygote met 46 chromosomen, 23 van de zaadcel en 23 van de eicel. Een geheel nieuw DNA is gevormd. De zygote gaat zich vervolgens doormiddel van de al bekende Mitose verder delen totdat een mensenkind wordt geboren. Het proces van Meiose komt voornamelijk voor in de geslachtscellen, die puur en alleen zijn bedoeld om de helft van de genetische informatie over te brengen.




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.