De cel is de kleinste eenheid waaruit alle organismen of levende wezens zijn opgebouwd. Alle planten en dieren maar ook bacteriën en schimmels bestaan dus uit cellen. De cel bestaat onder meer uit een celmembraan, het cytoplasma waarin bij hogere levensvormen dan bacteriën een celkern en celorganellen aanwezig zijn. Er zijn ook levende wezens die slechts uit 1 cel bestaan: de eencelligen. Een plantaardige cel heeft naast de celmembraan ook een celwand, terwijl een dierlijke cel alleen een celmembraan bevat. Bacteriën
- Geen celkern (DNA zit ergens anders in de cel)
- Wel celwanden
- Geen bladgroenkorrels
- Geen vacuole
Schimmels
- Wel een celkern
- Wel celwanden
- Geen bladgroenkorrels
Planten
- Wel een celkern
- Wel een celwand
- Wel bladgroenkorrels
- Wel een vacuole
Dieren
- Wel een celkern
- Geen celwand
- Geen bladgroenkorrels
- Geen vacuole
| | | 1. Celkern 2. Vacuole 3. Bladgroenkorrel 4. Celmembraam 5. Celwand 6. Cytoplasma |
| Plantaardige cel | Cel van een bacterie |
Deze afbeeldingen zijn heel schematisch, met dien verstande dat alle cellen verschillend kunnen zijn.
Doordat dieren geen en planten wel een celwand om hun cellen hebben, zijn dieren gemakkelijker te verteren dan planten.
De microscoop en later de fasecontrastmicroscoop maakten het mogelijk cellen te ontdekken en de samenstelling en opbouw ervan te bestuderen; de elektronenmicroscoop heeft het aanvankelijke simpele model van de bouw van de cel geweldig verfijnd.
Diagram van een typische eukaryotische (dierlijke) cel
Organelles: - Nucleolus
- Nucleus
- Ribosomen
- Vesicel
- ruw endoplasmatisch reticulum (ER)
- Golgi-apparaat
- Microtubule
- glad ER
- Mitochondriën
- Vacuole
- Cytoplasma
- Lysosoom
- Centriolen
Externe link
Geschiedenis, hoofdtypen, bouw, de plantencel