Tagoror  

Encyclopedie




Cavia

Cavia's (vroeger ook wel Guinese biggetjes genaamd) zijn kleine Zuid-Amerikaanse knaagdieren. Het zijn geen varkentjes en ze komen niet uit Guinea. Ze worden in bepaalde Zuid-Amerikaanse landen als voedseldier gefokt. In de meeste andere landen zijn ze tamelijk populaire, makkelijk te houden huisdieren.


Cavia porcellus
Cavia's
Wetenschappelijke indeling
Rijk:Dieren
Stam:Chordata
Klasse:Mammalia
Orde:Rodentia
Familie:Caviidae
Onderfamilie:Caviinae
Geslacht:Cavia
Soorten
Cavia porcellus
Cavia aperea
Cavia tschudii
Cavia guianae
Cavia anolaimae
Cavia nana
Cavia fulgida
Cavia magna

Table of contents
1 Soorten cavia's
2 Geschiedenis van de cavia als huisdier
3 De naam Guinees biggetje
4 Biologie
5 Rassen en variëteiten
6 Verzorging in het kort
7 Externe links

Soorten cavia's

Er zijn acht soorten cavia's beschreven waarvan Cavia porcellus de bekende huiscavia is. De moderne huiscavia stamt af van een groep cavia's die ca. 3000 jaar geleden door de inca's tam werd gemaakt. DNA-onderzoek heeft aangetoond dat de naaste verwanten van de huiscavia de C. aperea, C. tschudii, en C. fulgida zijn en dat één van deze drie waarschijnlijk de wilde voorouder is. Sommige onderzoekers vinden de verschillen tussen deze soorten zo gering dat ze ze onder één soort schikken. Het gezaghebbende Smithsonian Institute in Washington noemt op zijn officiële lijst van zoogdieren dan ook maar vijf soorten onder het geslacht Cavia.

De rest van dit artikel gaat dan ook vooral over C. porcellus.

Geschiedenis van de cavia als huisdier

Cavia's werden voor het eerst gedomesticeerd door de Inca's in wat nu Peru is. Uit genetisch onderzoek blijkt dat dit vermoedelijk maar één keer is gebeurd, ca 3000 jaar geleden.

Cavia's zijn in Peru, Bolivia en Ecuador nog steeds een belangrijk voedseldier, dat vaak in huis wordt gehouden. Het dier wordt onder andere gevoed met etensrestjes van het gezin, ongeveer zoals in Europa vroeger kippen of varkens werden gehouden. Cavia's vormen het hoofdmenu op sommige trouwfeesten in Peru en vervullen bij traditionele genezingsrituelen de rol van opvanger van boze geesten.

Nederlandse en Engelse handelaren introduceerden vermoedelijk cavia's in Europa, waar ze al snel als exotisch huisdier populair werden. Koningin Elizabeth I van Engeland had bijvoorbeeld een cavia.

De naam Guinees biggetje

Cavia's zijn geen varkentjes en ze komen niet uit Guinea. Waarom cavia's dan toch als 'biggetjes' werden betiteld is onzeker maar dit heeft waarschijnlijk te maken met de piepende en knorrende geluiden die ze frequent maken en met de gedrongen lichaamsvorm. Anderen zeggen dat het komt doordat cavia's ongeveer als biggetjes smaken. Zowel in de Latijnse, de Nederlandse, de Friese, de Duitse , Deense, Zweedse als de Engelse naam komt het varken terug. 'Guinees' wordt door sommigen afgeleid van een guinea. Dit is een oude Engelse munt van 21 shilling, wat in die tijd wel een vorstelijk bedrag zou zijn geweest om zelfs voor een exotisch huisdier te betalen. Anderen denken dat 'Guinees' afkomstig is van 'Guyana' (als in Frans Guyana, buurland van Suriname) maar die benaming was naar men zegt nog niet in gebruik toen de cavia werd ontdekt; weer anderen wijzen erop dat schepen, van Zuid-Amerika terugkerend, vaak eerst Guinea aandeden.

Biologie

Cavia's zijn voor knaagdieren aan de grote kant, ze wegen tussen 500 en 1500 gram en worden 25 à 30 cm lang. De wilde vorm blijft wat kleiner, tot 700 gram. Voor de meeste gedomesticeerde dieren geldt dat ze groter zijn dan hun wilde voorgangers. Cavia's worden gemiddeld een jaar of 5 oud, maximaal circa 8 jaar. Het zijn sociale dieren, die in het wild in groepjes leven bestaande uit één mannetje, een aantal vrouwtjes en de jongen.

De draagtijd is ongewoon lang met gemiddeld 66 à 68 dagen maar de jongen komen dan ook al zeer rijp ter wereld. Hun ogen zijn open en ze hebben een volledige vacht en tanden. Cavia's zijn dan ook typische nestvlieders. De moeder heeft twee tepels, dat lijkt niet genoeg voor de 2-4 jongen. Als er voor de moeder maar genoeg voedsel is, kan ze echter toch vier jongen zogen. Caviavrouwtjes worden als ze niet zwanger zijn om de 16 dagen bronstig.

Cavia's zijn weinig atletisch: springen en klimmen gaan hen niet makkelijk af. Een cavia die van een meter hoogte op de grond valt kan dan ook ernstig inwendig letsel oplopen. In het wild leven cavia's op grasvlakten en slapen ze in holen die ze zelf maken. Ook nemen ze wel holen van andere dieren over. Ze eten in het wild vooral gras en plantaardig materiaal dat voor de meeste andere dieren moeilijk verteerbaar is. Dit voedsel bevat weinig energie, zodat cavia's een groot deel van de dag moeten eten. Ze produceren daardoor ook constant keutels. Cavia's zijn het actiefst in de ochtend- en avondschemering. Als ze worden opgeschrikt houden ze zich vaak doodstil om niet te worden opgemerkt, maar ze kunnen ook met verrassend grote snelheid en lenigheid dekking zoeken. In het wild drinken cavia's heel weinig; gras bevat genoeg vocht voor hen. Huisdiercavia's moeten wel altijd vers drinkwater tot hun beschikking hebben.

Cavia's eten van hun eigen ontlasting (coprofagie); dit is normaal en noodzakelijk voor hun spijsvertering. Dit gedrag is mogelijk een aanpassing aan de matige verteerbaarheid van hun normale dieet, zoals ook de herkauwers daar hun eigen manier voor hebben gevonden in de vorm van meerdere magen en herkauwen van het voedsel. Als cavia's keutels eten nemen ze deze meestal direct uit de anus. Deze keutels hebben een andere, zachtere consistentie dan de normale droge en stevige uitwerpselen. Hiernaar is echter weinig systematisch onderzoek gedaan; hypothesen zijn o.a. dat hiermee de darmflora op peil wordt gehouden en dat in de darm ontstane verteringsproducten en door bacteriën geproduceerde vitaminen beter worden opgenomen.

Een cavia heeft twee snijtanden boven en onder. Daarnaast heeft hij een diasteem (ruimte tussen snijtanden en kiezen) en achterin de bek drie kiezen boven en onder. Alle tanden en kiezen groeien het hele leven door. Daarmee wordt slijtage van het gebit door het vele knabbelen gecompenseerd.

Met de mens en de chimpansee heeft de cavia gemeen dat hij niet zijn eigen vitamine C kan maken. De cavia heeft dus geregeld verse groente en fruit nodig. Vroeger werden cavia's veel als proefdier gebruikt voor (bio)medisch onderzoek. In het Engels is de term 'guinea pig' zelfs min of meer synoniem met proefdier. Dit komt tegenwoordig (2004) nog maar weinig voor. Cavia's zijn als proefdier vervangen door de nog sneller te fokken muizen en ratten. Cavia's maken tegenwoordig nog maar ca. 2 procent van de gebruikte proefdieren uit.

Rassen en variëteiten

Er bestaan veel caviarassen. Er zijn typen met verschillende kleuren en bonte vormen zoals eenkleurig, hollander, schildpad. Maar er zijn ook typen met verschillen in de aard van de beharing:

  • satijn, een zeer zachte vacht,
  • gekruind op het voorhoofd,
  • rex, met een stevige gekroesde vacht,
  • ruwharig met veel kruinen,
  • agouti, haren met een lichte punt, zoals bij de wilde vorm,
  • langhaar en
  • shelty, lang haar behalve in het gezicht.
Ook bestaan er haarloze en bijna-haarloze rassen. Voor proefdiertoepassingen zijn er een aantal rassen gefokt met bepaalde bekende genetische defecten.

Verzorging in het kort

Eén cavia kan in een kooi met minimaal 0,25 m2 vloeroppervlak worden gehouden; voor twee moet men minimaal op 0,33 m2 rekenen. Er moet altijd droogvoer klaarstaan en water. Een drinkflesje is handiger dan een drinkbakje want cavia's vervuilen hun drinkbakjes snel. Speciaal caviavoer bevat ook de noodzakelijke vitamine C, anders moet men hiervoor vers fruit bijgeven. Ook droog hooi is een belangrijk voedsel en wordt hogelijk gewaardeerd.

Cavia's voelen zich het prettigst als ze niet alleen gehouden worden; maar meer dan één mannetje (beer) in een kooi leidt gauw tot vechten. Vrouwtjes (zeug) kunnen goed samen worden gehouden. Ze vinden het prettig binnen de kooi ook een schuilhokje te hebben waarin ze kunnen wegkruipen. Cavia's ruiken niet sterk; 1 à 2 maal per week verschonen is meestal voldoende maar dit hangt mede af van het aantal cavia's per oppervlakte-eenheid en het bodemmateriaal. Houtkrullen of -snippers voldoen goed. Omdat de tanden het hele leven doorgroeien kunnen ze te lang worden als de cavia's niet genoeg te knabbelen hebben; geef daarom een knabbeltak van bijvoorbeeld vruchtbomenhout. Tanden en nagels moeten wel eens worden bijgeknipt als ze te lang worden.

Jonge cavia's zijn al heel snel (2-3 maanden) geslachtsrijp; aanbevolen wordt echter met fokken te wachten tot ze een maand of 5 zijn maar niet langer dan 10 maanden, omdat met name bij vrouwtjes na die leeftijd de symfyse van het bekken (de plaats waar de bekkenhelften elkaar van voren raken) vastgroeit en niet meer goed kan meegeven bij de geboorte van de jongen wat de kans op sterfte doet toenemen.

Langharige cavia's hebben veel vachtverzorging nodig; als huisdier voor een kind kan men beter een korthaar nemen. Een kind dat men een cavia geeft moet veel verantwoordelijkheidsgevoel hebben en toezicht krijgen; cavia's zijn geen speelgoed en ze zijn lichamelijk erg kwetsbaar als ze vallen of als het kind erop gaat zitten etcetera. Cavia's kunnen zich ook nauwelijks verweren zoals een kat of hond dit wel kunnen doen. Ze zijn overigens zeer meegaand van karakter en bijten eigenlijk nooit. Als de cavia opgepakt wordt, kan dat het best met twee handen waarbij de zware buik wordt ondersteund.

Externe links

Nederlandstalig: Engelstalig:



Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.