Carl Gustav Jung ( 26 juli 1875 - 6 juni 1961) Zwitsers psychiater en psycholoog. Jung had grote invloed op het gebied van de dieptepsychologie, de analytische psychologie en de godsdienstpsychologie.
Carl Gustav Jung werd geboren te Kessewil, Zwitserland en was een twintig jaar jongere tijdgenoot van Sigmund Freud, wiens werk hij op de voet volgde. Hij ontmoette Freud voor het eerst in 1906 en werkte enkele jaren nauw met hem samen. Wegens verschil van inzicht over de psychoanalyse brak hij echter met Freud in 1912. Hij verklaarde die stap in zijn kort daarvoor uitgekomen boek Wandlungen und Symbole der Libido en noemde zijn eigen methode voortaan analytische psychologie. Een andere tijdgenoot, met wie Jung wel eens in één adem wordt genoemd, is zijn tijdgenoot Alfred Adler. In 1933 werd Jung hoogleraar in het Zwitserse Zürich en vanaf 1944 werkte hij als zodanig aan de Universiteit van Basel. Hij overleed in Zürich op 85 jarige leeftijd.
Jung geloofde dat het gedrag van de mens in belangrijke mate bepaald werd door een algemene 'levensdrang', waarvoor hij, en daar verschilde hij belangrijk van inzicht met Freud, niet in de eerste plaats een seksuele oorsprong zag. Hij geloofde ook dat het wezen van de persoonlijkheid behalve door het persoonlijk bewustzijn ook, en grotendeels, gevormd wordt door wat hij het collectieve onderbewuste noemde, een overgeërfd deel van het onderbewuste wat volgens zijn leer in alle vertegenwoordigers van een ras of soort aanwezig is. Jung ontwikkelde, uitgaande van deze leer, de archetypen. Deze archetypen, begrippen zoals vuur, besef van kwaad of 'boze geest', held, godsvrucht, enzovoorts, zijn als het ware overgeleverde, functionele oerdrijfveren of 'ervaringsmodaliteiten' die de persoonlijkheid van de mens structureren.
Jung is wellicht nog het meest bekend geworden door zijn typologie. In zijn boek Psychologische typen uit 1917 werkte hij vier basis-typen van de menselijke persoonlijkheid uit. Hij stelde daarbij contrasterende functies tegenover elkaar: denken en voelen, perceptie (waarneming) en intuïtie. Eén daarvan is bij elk basistype dominant. Een bijkomende, belangrijke factor is of de psyche naar binnen (introvert) of naar buiten (extrovert) is gericht.
Jung's systeem is hoogst ingewikkeld. Hij baseerde zijn leringen op zowel ervaringen in zijn klinische praktijk, als de mythologie en zijn kennis van het vergelijkend symbolisme. Zijn werk wordt, evenals dat van Freud, gekenmerkt door een groot aantal nieuwe concepten en principes.