Zijn theologie
Maar Van Peursen was niet alleen filosoof, hij is ook theoloog. Van huis uit is hij gereformeerd (synodaal). Hij preekte in de hervormde en in de gereformeerde kerk. Hij zegt uit een niet-streng gereformeerd milieu te komen. Hij werd gestimuleerd om met theologie bezig te zijn door contacten met zendingsmensen, met name prof. Johan Bavinck, en de Wereldraad van kerken van 1948. Hij vond dat de gereformeerde en de hervormde kerk samen moesten gaan. Hij wilde op zijn veertigste uit de kerk stappen als deze nog niet was samengegaan met de hervormde kerk. Dit zou in 1960 zijn. Toen het eenmaal zover was, is hij er niet uitgestapt, maar er in mee gegroeid. Er was toen ook al het een en ander in beweging. Hij had veel contact met Ridderbos, Berkhouwer en de veel jongere Kuitert en Wiersinga. Van Peursen vond dat de remonstranten ook mee moeten doen met het Samen op Weg-proces (het samengaan van de Nederlands Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland, en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden).
Hij verzette zich tegen de scheiding tussen orthodox en vrijzinnig. De religie heeft een bijzondere rol gekregen, omdat mensen weer de noodzaak van waarden inzien. Van Peursen is op een gegeven moment begonnen met de theologie. Hij las de bijbelteksten en de commentaren en ontdekte dat de woorden allemaal iets anders betekenden dan hij had gedacht. Bijvoorbeeld: God is almachtig. Het woord 'almachtig' komt van een Hebreeuws woord voor een berggod. "In de psalmen staat dat je kunt overnachten in de schaduw van de almachtige. Lekker koel onder de rotsen in dat hete land. Dat is heel wat anders dan wij ervan gemaakt hebben"
In 1969 schreef hij: 'Hij is het weer! Beschouwingen over de betekenis van het woordje 'God'. In dit boek verzet hij zich tegen de vanzelfsprekendheid van het gebruik van het woordje 'God'. Wij weten zo snel wat ermee bedoeld wordt. Maar het is helemaal niet duidelijk wat het woordje 'God' inhoudt. Als we de bijbelse verhalen goed lezen, ontdekken we dat de bijbelschrijvers elke keer moesten worstelen om er achter te komen wat de godsnaam inhoudt. Wij doen geen moeite meer om hier achter te komen. Wij weten het wel. Uit de bijbelverhalen kunnen wij leren hoe de godsnaam elke keer weer opnieuw ingevuld wordt. Het blijkt steeds om dezelfde God te gaan, dezelfde geheimzinnige, goddelijke Aanwezige, maar elke keer met een andere Naam. God wordt steeds een andere Naam gegeven. Wat wij met taal doen, namelijk de dingen een naam geven, doen de bijbelschrijvers en de mensen in de bijbel (zoals bijvoorbeeld Mozes) ook: zij geven de God die zij ervaren een Naam. Zoals gezegd, is de taal van de mens primair evaluatief. Wij interpreteren de werkelijkheid in eerste instantie evaluatief en niet descriptief. De gebeurtenissen worden door ons beoordeeld, geëvalueerd, en vervolgens beschreven.
Deze evaluatieve taal is de oorsprong van het vertellen van verhalen. Door het vertellen van verhalen ontstaat onze identiteit. Zo is het ook met de bijbelse verhalen. God wordt een Naam gegeven. De gebeurtenissen, waarin de goddelijke Aanwezigheid ervaren wordt, wordt door evaluatieve taal geïnterpreteerd en weergegeven. De gewone, alledaagse gebeurtenissen worden 'beoordeeld'. Een voorbeeld hiervan is het verhaal van de gebeurtenis in de Rode Zee: de Israëlieten zien de zee, de mist en de wind. De Egyptenaren zien ook de zee, de mist en de wind. Zij zien dus dezelfde dingen. Maar de Israëlieten interpreteren deze dingen als volgt: God redt hen van de Egyptenaren. Een geheimzinnige, goddelijke Macht is aanwezig in de gebeurtenissen. De gebeurtenissen krijgen een hogere dimensie, een derde, goddelijke dimensie. Het gaat hier niet om de gebeurtenissen op zichzelf, maar om de diepere betekenis ervan, die in verhalen worden verwoord. Het gaat om een diepere werkelijkheid, een geïntensiveerde realiteit. De échte werkelijkheid. Dit noemt Van Peursen 'surrealisme'. We zouden kunnen spreken over 'bijbels surrealisme'. Om terug te komen op de taal: deze interpreteert de werkelijkheid. In de bijbel is dit een ultieme werkelijkheid: God. God wordt een Naam gegeven (zelfs vele). Dit geven van Namen gebeurt in verhalen, de bijbelse verhalen. Zo krijgen mensen, individueel of in een groep, stam of volk een identiteit.