Een burgelijke rechtbank is een rechtbank in het Belgische rechtssysteem. Door de bevoegdheid over burgerlijke problemen over vier rechtbanken (waaronder de burgerlijke rechtbank) te verdelen kunnen deze rechtbanken zich in hun materie specialiseren. Het vredegerecht lost kleine geschillen tussen burgers op. Wie niet tevreden is of grotere problemen heeft, wendt zich tot de burgerlijke rechtbank, de rechtbank van koophandel of de arbeidsrechtbank.
Het vredegerecht is de laagste trap. Omdat men het vredegerecht dicht bij de burger wil hebben, heeft ieder van de 225 gerechtelijke kantons zijn eigen vredegerecht. De vrederechter beslist over eenvoudige problemen: burgerlijke en handelszaken van maximaal 1860 EUR. De belangrijkste opdracht van het vredegerecht is verzoenen, onderhandelen tussen de partijen om een minnelijke schikking te kunnen treffen. De vrederechter kan worden geraadpleegd voor:
- burgerlijke geschillen
- burenruzies
- erfeniskwesties
- geschillen tussen echtgenotes
- onderhoudsgeld
- onteigening van grond
- handelsgeschillen
- een slechte herstelling in de winkel
Voor handelsgeschillen over grotere bedragen is de rechtbank van koophandel bevoegd. Je mag alleen in beroep gaan bij de burgerlijke rechtbank, tegen een vonnis van de vrederechter als de waarde/schade groter is dan 1250 EUR.
In België zijn de burgerlijke rechtbank, de rechtbank van koophandel en de arbeidsrechtbank georganiseerd per arrondissement; er zijn dus 28 dergelijke rechtbanken in België.
Men kan tegen een vonnis van de burgerlijke rechtbank in beroep gaan bij het hof van beroep. Deze rechtbank kan een milder vonnis vellen of volledig vrijspreken, maar het vonnis kan ook veel zwaarder zijn. Alle beroepen bij het hof van beroep, welke uit een burgerlijke procedure voortkomen, komen terecht bij de burgerlijke kamer.
De arbeidsrechtbank heeft bevoegdheid over arbeid in de ruimste zin van het woord: geschillen met werkgever, over lonen, sociale zekerheid, pensioen, werkloosheid, etc. Wie beroep aantekent tegen het vonnis van de arbeidsrechtbank komt bij het arbeidshof.
Het hof van cassatie oordeelt niet over de grond van de zaak, maar wel of er procedurefouten zijn gemaakt waardoor het vonnis ongeldig wordt.