Breien met breiraam
Een speciale manier van breien is met een verstelbaar breiraam. Deze bestaat uit twee balkjes van een harde houtsoort zoals beuken of eiken. In ieder balkje zitten ongever 60 kleine spijkertjes even ver van elkaar. De lengte van de balkjes is uiteraard naar eigen behoefte aan te passen. Beide balkjes kunnen ten opzichte van elkaar ingesteld worden, zodat de oppening ertussen kan varieren. Ook in de lengte richting kunnen de balkjes ingested worden. Op deze manier kunnen er tientallen verschillende steken worden toegepast. Het overhalen van de steken gebeurt door een overhalingspen. Een breiraam is geschikt voor zowel rechts- als linkshandigen. Het werk dat er vanaf komt kenmerkt zich door de regelmatigheid van de steken. Wel is het wat losser dan een breiwerk dat gemaakt is door middel van breipennen.
Het plezier van breien
Voor iemand die goed kan breien is breien een waar genoegen. Men kan rustig erbij zitten en hoeft de gedachten er nauwelijks bij te houden omdat het breien vrijwel automatisch kan gaan. Dit geldt natuurlijk niet als er in een ingewikkeld patroon gebreid wordt, of als er met meerdere kleuren gebreid wordt. Tijdens het breien naar de televisie kijken of kletsen met de gezinsleden is heel goed mogelijk. Het zachte, regelmatige getik van de breinaalden tegen elkaar kan een rustgevende uitstraling hebben.
Geschiedenis
De breikunst wordt al duizenden jaren beoefend. Hoe men dit uitgevonden heeft is echter een mysterie. Zelfs het land en het globale moment van de oorsprong zijn onbekend. Sommigen geloven dat de breikunst is uitgevonden in Perzië, anderen menen dat in Israel, Jordanië, Syrië of Noord-Afrika de oorsprong van het breiwerk ligt.
Gebreide sokken zijn aangetroffen in Egyptische graven met een datering tussen de 3de en 6de eeuw na Christus. In de middeleeuwen was breien in Europa een belangrijke industrie. Oorspronkelijk werd breien beperkt tot sokken en kousen. Voordat breien hiervoor gebruikt werd, werden deze voet en beenbedekkingen gemaakt uit geweven stoffen. Later werden meer en meer andere kledingstukken gebreid.
In 1589 werd de eerste breimachine uitgevonden door de Engelsman William Lee. Deze werd eeuwenlang gebruikt. In 1864 vond William Cotton uit Leicestershire de full-fashioned machine uit. Vanaf de 19e eeuw werden de breimachines mechanisch aangedreven. Tegelijkertijd verschenen ook rondbreimachines op het toneel, waarmee kousen gebreid konden worden. In deze periode konden de machines echter nog niet meerderen of minderen. Daardoor sloten deze producten niet erg fraai om het been. De uitvinding van nylon rond 1940 betekende een ware revolutie, omdat dit materiaal in de vorm van een been kon worden gebracht door het te verhitten.
In de twintigste eeuw werden de snelheden van de breimachines steeds groter, en werden de mogelijkheden voor patroonbreien steeds groter. Tegenwoordig (2003) bestaan er computer gestuurde breimachines die zeer veelzijdig zijn. Gebreide kledingsstukken zijn nu gemeengoed, zonder dat een breister er vele uren aan bezig hoeft te zijn. Breien in de taal
- Zelfs de beste breister laat wel eens een steekje vallen. Ook al kan iemand iets heel goed, hij (of zij) zal ooit wel eens een fout maken, dat is vergeeflijk.
- er een punt aan breien - tot een oplossing komen
- Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink maakten er in de tijd van Ja zuster, nee zuster een lied over: "laat ze breien U Thant" waarin de rustgevende werking van het breien aan de wereldleiders van toen werd gepropageerd.
Bronnen