Tagoror  

Encyclopedie




Breien

Breien is een manier om van wol kledingstukken te maken. Daarvoor zijn slechts een aantal bollen wol en twee breinaalden nodig. Breien is traditioneel een bezigheid voor vrouwen. Jongens die breien wilden leren werden vaak door hun leeftijdgenoten, vaders en opa's uitgelachen. In het verleden werd er door vissers en door herders echter wel zelf gebreid.

Tot tenminste 1970 werd breien evenals haken en borduren aan meisjes geleerd op de basisschool. Tegenwoordig (2003) is dit volledig afgeschaft. Het handmatig breien is inmiddels vrijwel geheel vervangen door het breien met een breimachine, hoewel er nog steeds door oudere vrouwen veel gebreid wordt. Het machinebreien maakte het gebruik van dunnere materialen als acrylgaren, katoen, wol-acryl en katoen-acryl beter mogelijk.

Voor het breien is relatief veel tijd nodig. Het is lastig om te leren, en als de kunst eenmaal wordt beheerst, vergt het veel tijd (15-40 uur voor een geniddelde trui)

Table of contents
1 Breinaalden
2 Het breien
3 Meerderen en minderen
4 Breisteken
5 Breien met kleuren
6 Mazen en stoppen
7 Breien met breiraam
8 Het plezier van breien
9 Geschiedenis
10 Breien in de taal
11 Bronnen

Breinaalden

Breien gebeurt in de meeste gevallen met twee breinaalden, die aan het eind een knop bezitten zodat de breisteken er niet kunnen afvallen. Soms worden één of meerdere hulpnaalden gebruikt, bijvoorbeeld voor het breien van kabels. Het breien van ronde delen, zoals een sok of een naadloze mouw gebeurt met behulp van vier breinaalden zonder knop. Dit wordt rondbreien genoemd. Sommigen gebruiken hiervoor liever één flexibele naald, de rondbreinaald.

Er bestaan breinaalden in verschillende diktes. De dikte van een breinaald wordt aangegeven als de diameter in millimeter. De dunnere breinaalden worden gemaakt in stappen van 0,5 mm, zo is 3,5 een heel gebruikelijke breinaald. Voor dunne wol worden de dunste breinaalden gebruikt, voor dikkere wol de dikkere naalden. Als een breister erg strak breit, kan zij beter een wat dikkere breinaald gebruiken. Gebruikelijke maten voor breinaalden lopen van 2 tot misschien wel 13 mm voor de allerdikste wol. Het gebruik van dikke of juist dunne wol is een modeverschijnsel. Beide soorten wol kunnen tot een warme trui leiden.

Breinaalden werden in het verleden wel gebruikt om abortus mee te plegen. De breinaald werd dan door de vagina en de baarmoederhals in de baarmoeder gestoken. Dit leidde vaak tot bloedingen en complicaties door infecties.

Het breien

Breien gebeurt, behalve bij rondbreien, in een heen en weer gaande beweging. Het eerste wat de breister doet is het opzetten van de breisteken. Door een soort draai te maken met een draad wol, komt er een lus terecht op de breinaald. Het opzetten is moeilijker te leren dan het breien zelf. Sommige breisters zetten met de hand de steken op, anderen doen dat na de eerste steek, die gelijk is aan een haaksteek, al breiend. Het aantal steken dat wordt opgezet wordt onthouden, want bij elke breigang moet hetzelfde aantal steken worden gebreid, tenzij er wordt gemeerderd of geminderd. Als het aantal steken niet gelijk blijft is er een steek gevallen, en komt er een ontsierende ladder in het breiwerk.

Na het opzetten van de steken, wordt er de eerste pen, of de eerste naald, gebreid. Hierna wordt beschreven hoe een rechtshandige breister kan breien. De breister steekt met de lege naald in haar rechterhand in de eerste steek op de linkernaald, slaat de draad om de rechterpen, haalt deze draad door de lus van de steek die nu over beide pennen ligt, en trekt vervolgens de steek van de pen in de linkerhand af. Daarbij draagt zij er zorg voor dat er geen andere steken van de pen in de linkerhand worden afgetrokken. Ook zorgt zij ervoor dat de draad aan de juiste kant van de pen in de rechterhand terecht komt. Is de draad aan de achterkant van deze pen, dan wordt recht gebreid, is de draad aan de voorkant van deze pen, dan wordt averechts gebreid.

In Nederland werd de meisjes op sommige scholen het volgende ritme aangeleerd:

Insteken - omslaan - doorhalen - af laten glijden.
Dat zijn de vier handelingen om één breisteek te maken. Een ervaren breister doet deze vier handelingen in ongeveer een halve
seconde of zelfs nog sneller.

Meerderen en minderen

Een gebreide lap kan niet, zoals bij een geweven stof wel kan, op maat gemaakt worden door deze te knippen, omdat het breiwerk daardoor helemaal uit elkaar zou gaan vallen. De lap moet dus meteen in de goede vorm gebreid worden. Het breiwerk breder maken doet men door breisteken bij te maken, meerderen genoemd (door bijvoorbeeld één steek recht en één steek averecht in dezelfde lus te breien). De lap kan smaller gemaakt worden door te minderen (door twee steken samen te breien, of door één steek over een andere heen te halen).

Om een trui te breien worden meestal door meerderen en minderen vier delen gemaakt: twee mouwen, een voorpand en een achterpand. Omdat het nogal moeilijk is om te voorspellen wat er precies gebeurt bij het meerderen en minderen wordt vaak gebruik gemaakt van breipatronen, die in breiwinkels ook in 2003 nog volop verkrijgbaar zijn. De vier gebreide panden worden als alles gereed is, met dezelfde wol aan elkaar genaaid. Dit moet losjes gebeuren, omdat anders de naden gaan trekken.

Door kunstig te meerderen en te minderen kan zonder naad een sok gebreid worden, of wanten, of een muts.

Breisteken

Een eenvoudige tricotsteek, die veel in truien wordt gebruikt, ook in met machines gebreide kleding, bestaat uit de rechte steek aan de voorkant van de kleding, en de averechtse steek aan de achterzijde van de kleding. Aan de voorzijde heeft de stof dan een patroon dat bestaat uit V-tjes, aan de achterzijde zijn ribbels te zien.

Een boordsteek, die rekbaarder is dan de tricotsteek, bestaat uit afwisselend 2 rechte steken en 2 averechtse steken. Als de achterkant gebreid wordt, dan zijn dat juist eerst twee averechts, dan twee rechte steken (mits het aantal steken deelbaar is door 4). Bij dikkere wol wordt wel een boordsteek van 1 recht, 1 averecht gebruikt.

Een kabelpatroon kan gebreid worden door een aantal steken (bijvoorbeeld 4) van de linkernaald af te halen op een hulpnaald. Vervolgens worden de 4 volgende steken gebreid. Daarna worden de 4 steken van de hulpnaald gebreid, die dus over de andere heen geleid worden. Daarna worden een aantal (bijvoorbeeld drie) naalden gewoon doorgebreid (aan de ene kant recht, aan de andere kant averecht). Vervolgens worden weer 4 steken afgehaald op dezelfde manier. Hierdoor lijkt het alsof er een kabel op de trui verschijnt. Dit kan er leuk uitzien, maar heeft ook als voordeel dat er een dikker, en dus ook sterker en warmer, weefsel onstaat.

De gerstekorrelsteek bestaat, net als de boordsteek, uit één steek recht, één steek averecht, maar deze worden niet bovenelkaar gebreid, maar versprongen. De "dubbele gerstekorrel" verspringt per twee pennen.

Veel breisters gebruiken een kantsteek. Dit is geen eigenlijke steek; eerder wordt bij het keren van de naald de eerste breilus afgehaald in plaats van gebreid. De rand van het breiwerk ziet er hierdoor vaak wat netter uit.

Naast de hierboven genoemde bestaan er nog honderden andere steken, bijvoorbeeld met af en toe een gedraaide gebreide steek of met gaatjes (waarbij een dubbele lus over de rechter breinaald en de volgende twee steken worden samengebreid).

Breien met kleuren

Breien met meerdere gekleurde draden is een mogelijkheid om een aantrekkelijk breiwerk te maken, bijvoorbeeld een Noorse trui. Bij gebruik van twee kleuren wordt om beurten de juiste kleur gebruikt om één of meerder steken te breien. De draad van de niet gebruikte kleur wordt dan langs de achterkant van het breiwerk geleid, waar dan lange lussen ontstaan. Onzichtbaar breien met meerdere kleuren is ook mogelijk.

Mazen en stoppen

Mazen is een soort breien, maar dan met naald en draad. Met één draad worden de gebreide steken nagebootst. Dit kan gebeuren om twee redenen:
  • Om een soort borduurpatroon op het breiwerk aan te brengen in een andere kleur
  • Om beschadigd breiwerk onzichtbaar te repareren.
Een conventionele techniek om beschadigd breiwerk te repareren is het stoppen. Dit is een soort weeftechniek met naald en draad. Het gat in het breiwerk wordt met horizontale draden overspannen, waarna hier vertikaal doorheen geregen wordt, zodat een weefwerk onstaat. Sokken stoppen was voorheen een gehate bezigheid, die door het betaalbaarder worden van sokken in onbruik geraakt is.

Breien met breiraam

Een speciale manier van breien is met een verstelbaar breiraam. Deze bestaat uit twee balkjes van een harde houtsoort zoals beuken of eiken. In ieder balkje zitten ongever 60 kleine spijkertjes even ver van elkaar. De lengte van de balkjes is uiteraard naar eigen behoefte aan te passen. Beide balkjes kunnen ten opzichte van elkaar ingesteld worden, zodat de oppening ertussen kan varieren. Ook in de lengte richting kunnen de balkjes ingested worden. Op deze manier kunnen er tientallen verschillende steken worden toegepast.

Het overhalen van de steken gebeurt door een overhalingspen. Een breiraam is geschikt voor zowel rechts- als linkshandigen. Het werk dat er vanaf komt kenmerkt zich door de regelmatigheid van de steken. Wel is het wat losser dan een breiwerk dat gemaakt is door middel van breipennen.

Het plezier van breien

Voor iemand die goed kan breien is breien een waar genoegen. Men kan rustig erbij zitten en hoeft de gedachten er nauwelijks bij te houden omdat het breien vrijwel automatisch kan gaan. Dit geldt natuurlijk niet als er in een ingewikkeld patroon gebreid wordt, of als er met meerdere kleuren gebreid wordt. Tijdens het breien naar de televisie kijken of kletsen met de gezinsleden is heel goed mogelijk. Het zachte, regelmatige getik van de breinaalden tegen elkaar kan een rustgevende uitstraling hebben.

Geschiedenis

De breikunst wordt al duizenden jaren beoefend. Hoe men dit uitgevonden heeft is echter een mysterie. Zelfs het land en het globale moment van de oorsprong zijn onbekend. Sommigen geloven dat de breikunst is uitgevonden in Perzië, anderen menen dat in Israel, Jordanië, Syrië of Noord-Afrika de oorsprong van het breiwerk ligt.

Gebreide sokken zijn aangetroffen in Egyptische graven met een datering tussen de 3de en 6de eeuw na Christus. In de middeleeuwen was breien in Europa een belangrijke industrie. Oorspronkelijk werd breien beperkt tot sokken en kousen. Voordat breien hiervoor gebruikt werd, werden deze voet en beenbedekkingen gemaakt uit geweven stoffen. Later werden meer en meer andere kledingstukken gebreid.

In 1589 werd de eerste breimachine uitgevonden door de Engelsman William Lee. Deze werd eeuwenlang gebruikt. In 1864 vond William Cotton uit Leicestershire de full-fashioned machine uit. Vanaf de 19e eeuw werden de breimachines mechanisch aangedreven. Tegelijkertijd verschenen ook rondbreimachines op het toneel, waarmee kousen gebreid konden worden. In deze periode konden de machines echter nog niet meerderen of minderen. Daardoor sloten deze producten niet erg fraai om het been. De uitvinding van nylon rond 1940 betekende een ware revolutie, omdat dit materiaal in de vorm van een been kon worden gebracht door het te verhitten.

In de twintigste eeuw werden de snelheden van de breimachines steeds groter, en werden de mogelijkheden voor patroonbreien steeds groter. Tegenwoordig (2003) bestaan er computer gestuurde breimachines die zeer veelzijdig zijn. Gebreide kledingsstukken zijn nu gemeengoed, zonder dat een breister er vele uren aan bezig hoeft te zijn.

Breien in de taal

Bronnen




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.