Er zijn in de geschiedenis verschillende boerenopstanden geweest 1524
In het zuiden van het Zwarte Woud in Zuid-Duitsland kwamen de boeren in 1524 in opstand. Ze verzetten zich tegen de eisen die hun gesteld werden in geld en diensten. Begin 1525 nam het aantal opstandelingen toe. Ze beriepen zich op de Bijbel en op Luthers leus over de vrijheid van de christen. De boeren rekenden op hemelse bijstand, zoals Müntzer die op grond van Daniël 7 aankondigde. Toen de vorstelijke legers aanvielen (15 mei 1525) boden ze geen weerstand en werden ze uitgemoord. Müntzer kreeg de doodstraf.
1963
In 1963 was er een Boerenopstand in Hollandscheveld onder leiding van Hendrik Koekoek. Drie boerengezinnen werden op last van het Landbouwschap uit hun boerderijen gezet omdat ze principieel weigerden de heffingen voor dat schap te betalen. Duizenden zogenaamde "Vrije Boeren" uit heel Nederland, aanhangers van Koekoek, trokken naar Hollandscheveld om te proberen de ontruiming te voorkomen. De overheid bracht een enorme overmacht van gehelmde en gewapende politie op de been die de demonstrerende boeren weg hield van de plaatsen waar de deurwaarder zijn werk deed. Er ontstonden rellen. De politie dreef de mensen met traangasgranaten en wapenstok weg van de boerderijen. Eén van de ontruimde boerderijen ging 's nachts in vlammen op. Daders van de brandstichting werden nooit gevonden. De opstand leidde tot de oprichting van de Boerenpartij