Beowulf is een oud-Engels heroïsch, episch gedicht, geschreven in de allitererende versvorm. Het gedicht bestaat uit 3182 regels en maakt 10% uit van de huidige Angelsaksische bronnen. Het gedicht zoals het op het manuscript werd aangetroffen had geen titel, maar sinds het begin van de 19e eeuw staat het onder de naam Beowulf bekend. Het is het oudste epische gedicht dat in een taal geschreven is die duidelijk een oude vorm van het huidige Engels is. Men is het niet eens over de precieze datum, maar men schat dat het manuscript uit de 10e eeuw stamt. Er is echter meer onzekerheid over de oorsprong van het gedicht zelf. Er komen enkele archaïsche woorden in het werk voor die suggereren dat het gedicht uit de 8e eeuw stamt, misschien zelfs de eerste helft ervan. Het gedicht staat, samen met het kortere gedicht Judith, op wat tegenwoordig het Beowulfmanuscript wordt genoemd. De tekst is door twee auteurs geschreven, de tweede neemt het halverwege het gedicht over. De oudste overgebleven 'Engelse' tekst is Caedmon's Hymn of Creation.
Het gedicht is over het algemeen een fictief werk, maar er komen personen in voor die mogelijk echt bestaan hebben, en gebeurtenissen die waarschijnlijk plaatsvonden tussen de jaren 450 en 600 in Denemarken en Zuid-Zweden. Het is een bron van informatie over Angelsaksische tradities zoals de Slag bij Finnsburg, Hygelac en Offa, koning van de continentale Angelen. Waarschijnlijk is het verhaal door Deense migranten mondeling overgebracht naar Engeland, en daar later pas vertaald en opgeschreven.
De taal waarin het werk geschreven is, laat West-Saksisch, is een dialect van oud-Engels. Het gedicht doet echter ook vermoeden dat het oorspronkelijk in een Angels dialect, waarschijnlijk Mercisch, geschreven is. Het oud-Engels is de voorloper van het huidige Engels, maar is sindsdien zo veranderd dat moderne Engelsen het niet zonder meer zouden herkennen.
Er bestaat slechts één enkele versie van het gedicht, die bewaard wordt in de Britse Bibliotheek. Het manuscript stond eerst bekend onder de naam Cotton Vitellius A.XV; het was opgenomen in de achttiende-eeuwse catalogus van Robert Bruce Cotton. Het manuscript liep in 1731 brandschade op in Ashburnham House.
De IJslandse wetenschapper Grímur Jónsson Thorkelin maakte in 1818 de eerste vertaling van het manuscript. Dit deed hij in opdracht van een historische onderzoekscommissie van de Deense regering. Sinds die tijd heeft het oorspronkelijke manuscript nog meer schade opgelopen, en daardoor is de vertaling van Thorkelin een waardevolle tweede bron geworden.
Het gedicht verhaalt over de strijd van Beowulf tegen het trolachtige monster Grendel. Dit monster tiranniseert al twaalf jaar lang Heorot, de grote zaal gebouwd door Hrothgar, koning der Denen. Als Beowulf, neef van koning Hygelac der Geats1, hoort van de moorden gepleegd door Grendel, schiet hij te hulp met veertien van zijn mannen. Beowulf en zijn gevolg overnachten in Heorot, en in het holst van de nacht valt Grendel aan. Ook nu weer verrast hij een van de slapende mannen, rijt hem open en verslindt hem geheel. Als hij ook Beowulf wil grijpen, weet deze hem in een gevecht te doden. Later rekent hij ook nog af met Grendels moeder, en tenslotte moet hij het tegen een vuurspuwende draak opnemen, die hem echter doodt.
Het gedicht geeft een voorstelling van een prechristelijke samenleving gebaseerd op oorlog, waarin de relatie tussen de koning en zijn onderdanen een zeer belangrijke rol speelt. Deze relatie bestaat hierin dat de onderdanen hun koning beschermen in ruil voor wapens, voedsel, goud etcetera.
De samenleving uit het gedicht heeft familiebanden tevens hoog in het vaandel staan: als een familielid gedood wordt, is het de taak van de nabestaanden om zijn dood te wreken op zijn moordenaar; dan wel door hem ook te doden, dan wel door hem te dwingen een som geld te betalen (weergeld). Bovendien wordt de wereld van Beowulf geregeerd door de lotsbestemming. Zijn overtuiging, dat het lot hem in zijn macht heeft, is een belangrijk aspect van de handelingen van Beowulf in het gedicht.
Wetenschappers zijn het er niet over eens of Beowulf een heidense of christelijke inslag heeft. De personages uit het gedicht zijn duidelijk heidens, maar de verteller plaatst de gebeurtenissen steevast in een christelijke context, door Grendel als nazaat van Kaïn te betitelen. Sommige theorieën poneren dat Beowulf een vertaling is van een ouder Germaans verhaal, opnieuw verteld voor een christelijk publiek.
Er zijn verscheidene vertalingen gemaakt van het gedicht, de een beter dan de ander. De Ierse dichter Seamus Heaney heeft een bekende vertaling geleverd.
Noten: - De Geats (Engels) of Götar (Zweeds) waren een Scandinavisch volk uit Götaland (Gotland), wat in het huidige Zweden ligt. Hun naam komt nog voor in de Zweedse streken Västra Götaland en Östergötland, en de stad Göteborg (Gothenburg). De relatie tussen de Geats en de Gothen is onduidelijk.
Latere schrijvers geïnspireerd door Beowulf
Het verhaal van Beowulf is vanuit het gezichtspunt van het monster verteld door John Gardner in zijn roman Grendel. Het oorspronkelijke gedicht werd tevens als basis gebruikt voor Micheal Crichton's roman Eaters of the Dead, die werd verfilmd met Antonio Banderas als The 13th Warrior. Ook was Beowulf een belangrijke invloed op J.R.R. Tolkien die het essay Beowulf: The Monsters and the Critics schreef.
Een Extract
Hier volgt een klein gedeelte van het Beowulfgedicht. Het deel vòòr de rij puntjes omvat de regels 709 tot en met 753 van het origineel, het deel erna de regels 808 tot en met 819. De vertaling is nog niet perfect.
Ðá cóm of móre under misthleoþum Grendel gongan· godes yrre bær· mynte se mánscaða manna cynnes sumne besyrwan in sele þám héan· wód under wolcnum tó þæs þe hé wínreced goldsele gumena gearwost wisse faéttum fáhne· ne wæs þæt forma síð þæt hé Hróþgáres hám gesóhte· naéfre hé on aldordagum aér ne siþðan heardran haéle healðegnas fand. Cóm þá to recede rinc síðian dréamum bedaéled· duru sóna onarn fýrbendum fæst syþðan hé hire folmum æthrán onbraéd þá bealohýdig ðá hé gebolgen wæs, recedes múþan· raþe æfter þon on fágne flór féond treddode· éode yrremód· him of éagum stód ligge gelícost léoht unfaéger· geseah hé in recede rinca manige swefan sibbegedriht samod ætgædere magorinca héap. Þá his mód áhlóg: mynte þæt hé gedaélde aér þon dæg cwóme atol áglaéca ánra gehwylces líf wið líce þá him álumpen wæs wistfylle wén. Ne wæs þæt wyrd þá gén þæt hé má móste manna cynnes ðicgean ofer þá niht· þrýðswýð behéold maég Higeláces hú se mánscaða under faérgripum gefaran wolde. Né þæt se áglaéca yldan þóhte ac hé geféng hraðe forman síðe slaépendne rinc slát unwearnum· bát bánlocan· blód édrum dranc· synsnaédum swealh· sóna hæfde unlyfigendes ealgefeormod fét ond folma· forð néar ætstóp· nam þá mid handa higeþíhtigne rinc on ræste· raéhte ongéan féond mid folme· hé onféng hraþe inwitþancum ond wið earm gesæt. Sóna þæt onfunde fyrena hyrde· þæt hé ne métte middangeardes eorþan scéatta on elran men mundgripe máran· .......... ðá þæt onfunde sé þe fela aéror módes myrðe manna cynne fyrene gefremede --he, fág wið god-- þæt him se líchoma laéstan nolde ac hine se módega maég Hygeláces hæfde be honda· wæs gehwæþer óðrum lifigende láð· lícsár gebád atol aéglaéca· him on eaxle wearð syndolh sweotol· seonowe onsprungon· burston bánlocan· Béowulfe wearð gúðhréð gyfeþe· | Toen kwam vanuit het moeras onder de mistige heuvels Grendel gelopen, God's woede droeg hij; de ongure verwoester was van plan van de mensheid iemand te grijpen in de grote zaal; hij waadde onder de wolken tot hij de wijn-zaal --de gouden zaal der mensen-- zeer zeker zag, het was niet de eerste keer dat hij Hrothgar's thuis had gezocht; hij had nooit in zijn levensdagen, ervòòr noch erna, minder geluk of onderdanen in de zaal gevonden. Hij kwam toen naar de zaal de reizende strijder, afgesneden van vrolijkheid; de deur opende spoedig, stevig, door vuur gesmeden, toen hij hem met zijn handen beroerde kwaad in het zin hebbend, trok hij open, nu hij woedend was, de mond van de zaal; direct daarna op de betegelde vloer; schreed het monster, en ging woedend vooruit; uit zijn ogen kwam, als een vlam, een verstoord licht; Hij zag in de zaal vele strijders, een slapend gezelschap van bloedverwanten samen bij elkaar. een aanzienlijk leger van strijders. Toen lachte zijn hart: Hij was van plan om, vòòr de dag aanbrak, het wrede beest, om bij elk van hen het lichaam van het leven te beroven, nu overkwam hem de hoop op een groot feest. Het was niet meer zijn lot dat hij meer van de mensheid zo krijgen na die nacht; de machtige man aanschouwde, de bloedverwant van Hygelac, hoe de wrede doder door middel van een plotse aanval wenste voort te gaan. Het monster was hiermee niet van plan te wachten, maar hij greep snel, bij de eerste gelegenheid, een slapende strijder, reet hem ongebreideld uiteen, beet door de gewrichten, dronk bloed uit de bloedvaten, slokte grote stukken op; al snel had hij de on-levende helemaal verslonden, handen en voeten; hij trad nader, en pakte met zijn handen een dappere strijder uit zijn rust, rijkte naar hem de vijand met zijn handpalm; snel bevatte hij (1) de boosaardige gedachten en greep de arm stevig vast. Meteen merkte hij, de schaapherder der gruweldaden, dat hij niet ontmoet had in Midden-Aarde, in het wijde gebied van de wereld, in een andere man een sterkere hand-greep; .......... Toen merkte hij, die eerder vele, ellende in zijn geest, op de mensheid wreedheden had gepleegd --hij, die vocht met God-- dat zijn lichaam hem niet wilde gehoorzamen, maar hij werd door de stoutmoedige bloedverwant van Hygelac aan de hand gehouden; elk werd door de ander; verfoeid zolang hij nog leefde; lichaamspijn voelde hij, de ontzagwekkende boeman; op zijn schouder werd een grote wond zichtbaar, zenuwen sprongen, spieren barstten; Beowulf werd oorlogs-lof gegeven;
|
Noten: - Dit is Beowulf
Externe Links