Tagoror  

Encyclopedie




Belgische Grondwet

De eerste, unitaire, Belgische Grondwet dateert van 1831. België is een parlementaire monarchie, kent het principe van ministeriële verantwoordelijkheid voor het regeringsbeleid en huldigt de scheiding tussen wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. De Grondwet was oorspronkelijk zeer centralistisch, maar vanaf 1970 werd België geleidelijk omgevormd tot een federale staat in het kader van opeenvolgende staatshervormingen.

De laatste ingrijpende wijziging van de Grondwet werd in 1993 doorgevoerd. Op dat moment werd beslist de hele Grondwet opnieuw te publiceren in een gecoördineerde versie (Belgisch Staatsblad)

Table of contents
1 Titel I. Het Federale België, zijn samenstelling en zijn grondgebied
2 Titel II. De Belgen en hun rechten
3 Titel III. De Machten

Titel I. Het Federale België, zijn samenstelling en zijn grondgebied

In 1831 was België een centralistisch georganiseerde staat georganiseerd in 3 niveaus: het nationale niveau, de provincies en de gemeenten. De federalisering van België voegde hieraan het regionale niveau toe.

Het regionale niveau is opgebouwd uit twee soorten federale entiteiten: de gemeenschappen en de gewesten. De gemeenschappen zijn de Vlaamse gemeenschap, de Franse gemeenschap en de Duitstalige gemeenschap. De gewesten zijn het Vlaams Gewest, het Waals gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

België is verdeeld in 4 taalgebieden: het Nederlandse taalgebied, het Franse taalgebied, het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en het Duitstalige gebied. Deze taalgebieden dienen om de territoriale bevoegdheid van de gemeenschappen en de gewesten af te bakenen.

Titel II. De Belgen en hun rechten

In deze titel wordt een reeks fundamentele rechten opgesomd. Ook al spreekt de Grondwet over de rechten van de Belgen, zijn ze in principe van toepassing op iedereen die op het Belgisch grondgebied verblijft.

Een samenvatting:

Discriminatie in de toepassing van rechten en vrijheden is verboden. De gelijkheid van vrouwen en mannen is gewaarborgd. (art. 11)
Het recht waarborgt voor vrouwen en mannen de gelijke uitoefening van hun rechten en vrijheden, en bevorderen meer bepaald hun gelijke toegang tot de door verkiezing verkregen mandaten en de openbare mandaten. (art. 11bis)
De vrijheid van de persoon is gewaarborgd. Niemand kan worden vervolgd dan in de gevallen die de wet bepaalt en overeenkomstig wettelijke procedures. (art. 12)
Ieder heeft het recht naar een rechter te stappen overeenkomstig de wettelijke voorwaarden. (art. 13)
Straffen kunnen enkel worden ingevoerd of toegepast krachtens een wet. (art. 14)
De woning is onschendbaar, huiszoekingen kunnen enkel in die gevallen die de wet voorschrijft. (art. 15)
Het recht op eigendom moet gerespecteerd worden. Onteigening kan enkel in het algemeen belang, in die gevallen en volgens de procedure door de wet bepaald en tegen een billijke en voorafgaande schadeloosstelling. (art. 16) De straf van verbeurdverklaring van (alle) goederen kan niet worden ingevoerd (art. 17).
De burgerlijke dood is afgeschaft en kan niet opnieuw worden ingevoerd. (art. 18)
De vrijheid van eredienst en de vrije openbare uitoefening ervan zijn gewaarborgd. Misbruik van deze vrijheden kan evenwel bestraft worden. (art. 19, 20 en 21)
De vrijheid van meningsuiting is gewaarborgd. Misbruik van deze vrijheden kan evenwel bestraft worden. (art. 19)
Ieder heeft het recht op eerbiediging van zijn privé-leven en zijn gezinsleven. Uitzonderingen kunnen enkel bij wet ingevoerd worden. (art. 22)
Elk kind heeft recht op eerbiediging van zijn morele, lichamelijke, geestelijke en seksuele integriteit. (art. 22bis)
Ieder heeft het rechte een menswaardig leven te leiden. (art. 23) Dit recht omvat meer bepaald de volgende rechten:
  • het recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in het raam van een algemeen werkgelegenheidsbeleid dat onder meer gericht is op het waarborgen van een zo hoog en stabiel mogelijk werkgelegenheidspeil, het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en een billijke beloning, alsmede het recht op informatie, overleg en collectief onderhandelen;
het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en sociale, geneeskundige en juridische bijstand;
het recht op een behoorlijke huisvesting;
het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu;
het recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing.
Het onderwijs is vrij. De gemeenschap waarborgt de keuzevrijheid van de ouders. De gemeenschap richt neutraal onderwijs in. De neutraliteit houdt onder meer in, de eerbied voor de filosofische, ideologische of godsdienstige opvattingen van de ouders en de leerlingen. Ieder heeft recht op onderwijs, met eerbiediging van de fundamentele rechten en vrijheden. De toegang tot het onderwijs is kosteloos tot het einde van de leerplicht. (art. 24)
De drukpers is vrij. Censuur kan niet worden ingevoerd. (art. 25)
De Belgen hebben het recht vreedzaam en ongewapend te vergaderen (art. 26)
De Belgen hebben het recht van vereniging. (art. 27)
Ieder heeft het recht verzoekschriften bij de openbare overheden in te dienen (art. 28).
Het briefgeheim is onschendbaar. (art. 29)
Het gebruik van een bepaalde taal mag enkel opgelegd worden voor handelingen van het openbaar gezag en voor gerechtszaken. (art. 30)
Eenieder heeft het recht openbare ambtenaren kunnen voor hun daden van bestuur te vervolgen, volgens de procedure in de wet bepaald. (art. 31)
Ieder heeft het recht elk bestuursdocument te raadplegen en er een kopie van te krijgen. Uitzonderingen moeten door de wet bepaald worden. (art. 32)
De volledige tekst kan geraadpleegd worden op de website van de senaat.

Titel III. De Machten

In deze titel wordt de staatsstructuur van België vastgelegd volgens het principe van de scheiding der machten. De wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht worden in principe aan verschillende instanties toevertrouwd. Deze instanties moeten elkaar in het oog houden, zodat ze hun macht op een verantwoorde manier uitoefenen. Deze drieledige structuur wordt op alle niveau's van de staat toegepast, van het federale tot het gemeentelijke niveau.

In principe moet de macht van de staat uitgeoefend worden door de instanties die de grondwet aanwijst (art. 33). Toch stelt de grondwet uitdrukkelijk dat de uitoefening van bepaalde machten of bevoegdheden toevertrouwd kan worden aan volkenrechtelijke instellingen (art. 34). Hiermee wordt uiteraard het lidmaatschap van België van de Europese Gemeenschap bedoeld.

Het federale niveau

De bepalingen over het federale niveau zijn niet nieuw, de artikelen die vroeger het nationale niveau regelden werden gewoon overgenomen, op een paar uitzonderingen na.

De grondwet stelt alvast in het vooruitzicht dat de federale overheid slechts uitdrukkelijk toegewezen bevoegdheden zal hebben. Alle residuaire bevoegdheden zullen door het regionale niveau behartigd worden. Vooraleer deze wijziging in voege kan treden moet in de grondwet een lijst met de federale bevoegdheden komen (art. 35). Eind 2002 was dit nog niet gerealiseerd.

De federale kamers

Federale verkiezingen vinden om de vier jaar plaats. (art. 65 en 70) Elke kiezer heeft slechts één stem. (art. 61) De stemming is verplicht en geheim. (art. 62) Om Senator of Volksvertegenwoordiger te worden moet men Belg zijn, het genot hebben van de burgerlijke en politieke rechten, 21 jaar zijn en in België wonen. (art. 64 en 69).

De Kamer van Volksvertegenwoordigers telt 150 leden die rechtstreeks worden verkozen door de burgers. (art. 63)

De Senaat telt 71 leden, waarvan er 40 rechtstreeks verkozen worden door de burgers. 21 Senatoren worden aangewezen door de drie gemeenschappen. Deze 61 senatoren duiden ten slotte nog eens 10 senatoren aan, dit zijn de gecoöpteerde senatoren. (art. 67) De kinderen van de Koning worden automatisch Senator vanaf hun 18e verjaardag. De koninklijke senatoren hebben pas stemrecht vanaf hun 21e verjaardag en ze worden niet meegerekend in het aanwezigheidsquorum. (art. 72)

Men kan niet tegelijk lid zijn van beide Kamers. Een parlementslid die benoemd wordt tot minister moet zijn zetel in het parlement voor de duur van het ministerschap opgeven. (art. 50) Een parlementslid die als bezoldigd ambtenaar benoemd wordt, moet zijn zetel in het parlement opgeven. (art. 51)

De vergaderingen van de Kamers zijn in principe openbaar (art. 47) Beslissingen worden bij volstrekte meerderheid genomen. Beslissingen kunnen enkel geldig genomen worden indien de meerderheid van de parlementsleden aanwezig is. (art. 53)

De parlementsleden kunnen niet vervolgd worden of het voorwerp uitmaken van een gerechtelijk onderzoek naar aanleiding van een mening of een stem, in de uitoefening van zijn functie uitgebracht. (art. 58). Vervolgingen en gerechtelijke onderzoeken in het algemeen zijn slechts toegelaten met de toestemming van de Kamer of de Senaat waartoe het parlementslid hoort. (art. 59)

De federale wetgevende macht

De federale wetgevende macht wordt uitgeoefend door de Koning, de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat tesamen. (art. 36)

De Koning heeft net als beide Kamers het recht om wetsvoorstellen in te dienen. (art. 75)

De oorspronkelijke grondwet gaf de Kamer en de Senaat gelijke bevoegdheden in alle materies. Wetsvoorstellen moesten daarom vaak verschillende keren heen en weer gezonden worden tussen beide Kamers wat voor veel vertraging zorgde. De huidige grondwet beperkt de gelijke bevoegdheid van beide kamers voor bepaalde materies, opgesomd in art. 77. Voor de materies opgesomd in art. 78 krijgt de Senaat een evociatierecht, dit betekent dat de Senaat wetsvoorstellen enkel behandelt op verzoek van minimum 15 senatoren. Alleen de Kamer is bevoegd voor naturalisaties, de wetten betreffende de burgerrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de ministers, de begroting van de staat en de vaststelling van het legercontinent. (art. 74)

In de regel wordt elk besluit bij volstrekte meerderheid van stemmen genomen. Beslissingen kunnen enkel genomen worden wanneer meer dan de helft van de parlementsleden aanwezig zijn. (art. 53)

De Koning neemt niet deel aan de debatten over de wetten of aan de stemmingen. De Koning kondigt de wetten af eens ze gestemd zijn. De afkondiging wordt beschouwd als een verklaring dat de wet overeenkomstig de procedures totstandgekomen is.

Naast de bevoegdheid om wetten te stemmen, beschikt elke Kamer over het recht om parlementaire onderzoekscommissies op te richten. (art. 56)

De Koning en de federale Regering

De federale uitvoerende macht berust bij de Koning. (art. 37)

De grondwettelijke macht van de Koning gaat bij erfopvolging over op de natuurlijke en wettige nakomelingschap, in de rechte lijn, van Z.M. Leopold, Joris, Christiaan, Frederik van Saksen-Coburg en volgens eerstgeboorterecht. (art. 85) De huidige Koning is Albert II (2003).
Bij de troonsbestijging legt de Koning de volgende eed af: “Ik zweer dat ik de Grondwet en de wetten van het Belgische volk zal naleven, 's Lands onafhankelijkheid en het grondgebied ongeschonden bewaren.”

De Koning is als persoon onschendbaar. Zijn ministers zijn verantwoordelijk. (art. 88) De Koning kan in principe niet vervolgd worden voor zijn daden of voor de meningen die hij uit. Elke officiële handeling van de Koning moet daarom bevestigd worden door een minister, die hierdoor de verantwoordelijkheid opneemt voor die handeling.

Wordt vervolgd ...




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.