Levensvormen worden traditioneel ingedeeld in drie groepen, de eubacteria, de archebacteria en de eukaryoten. Traditioneel wordt de term bacterie gebruikt voor eubacteria maar soms worden ook de archebacteria ermee aangeduid. Een bacterie is een relatief eenvoudig eencellig organisme zonder celkern, een prokaryoot. Het DNA van bacteriën bestaat meestal uit een enkel ringvormig chromosoom.
Bacteriën zijn overal. Veruit de meeste bacteriën die overal om ons heen leven zijn niet schadelijk. Veel bacteriën doen bijzonder nuttig werk, bijvoorbeeld in onze darmen. Ook worden ze ingezet in de industrie om bijvoorbeeld bepaalde soorten afval af te breken of om medicijnen te maken.
Soorten
De grootte van een bacteriecel varieert van 0,0001 tot 0,02 mm, het meest voorkomende gemiddelde is 0,001 mm. Bacteriën zijn daarom de kleinste organismen die nog met een lichtmicroscoop waarneembaar zijn. De vorm van de bacteriën wordt gebruikt voor de systematische indeling, zonder dat daardoor tegelijk ook relaties in verwantschap worden aangegeven.
1. Eubacteriën zijn eencelligen, onvertakte bacteriën, die de grootste groep vormen en onderverdeeld zijn in:
- coccen (bolvormige bacteriën), rond van vorm, b.v. Streptococcus, Sarcina.
- bacteriën en bacillen: staafvormig, b.v. nitraatbacterie, pestbacterie.
- vibrionen (kommabacillen), gebogen staafjes in de vorm van een deel van een spiraal, b.v. Vibrio cholera.
- spirillen (schroefbacteriën), kurketrekkervormig gewonden staafjes.
2. Draadbacteriën: verbonden tot draadvormige celgroepen, waarin de afzonderlijke bacteriën door een schede worden samengehouden., b.v. ijzerbacteriën.
3. Straalzwammen, (Actinomyceten) vormen uit staafvormige onbeweeglijke cellen meestal straalvormige vertakkingen van zeer dunne lange draden. Ziekteverwekkers
Vele soorten bacteriën zijn normaal in of op het menselijk lichaam aanwezig; sommige zijn nooit problematisch, sommige zijn zelfs nuttig, andere kunnen bij ernstige verzwakking of onder speciale omstandigheden wel eens tot ziekteverschijnselen aanleiding geven, weer andere doen dat geregeld. Daarnaast zijn er vele bacteriën die normaal niet in of op de mens voorkomen en bij contact vaak of altijd tot ziekteverschijnselen leiden. Tegen ziekten die door bacteriën worden veroorzaakt kunnen meestal antibiotica worden gebruikt.
Voorbeelden van deze bacteriën of ziekten zijn: