De vierde dynastie regeerde Babylon van ca. 1156 tot 1025 v. Chr en wordt ook wel Isin II genoemd. De dynastie kwam aan de macht nadat de Elamieten Babylon waren binnen gevallen en een einde hadden gemaakt aan het bewind van de laatste Kassieten-vorst Enlil-nadin-ahhe. Hoe en waarom de Elamieten weer de aftocht bliezen is niet duidelijk, maar na meer dan vierhonderd jaar kwam Babylon weer onder een inheems vorstenhuis, gesticht door een vorst van Isin. De tijd van Babylon IV was een moeilijke tijd voor Babylon, hoewel er zeker van een heropleving gesproken mag worden, waarbij Babylon zich zelfs weer in Assyrische zaken begon te mengen. Dit geldt vooral voor Nabû-kuduri-usur I (1124-1103), die een periode van zwakte in Elam uitbuitte om de buren een lesje te lezen . Na zijn tijd kwamen zowel Assyrië als Babylon meer in het nauw. Er was een volkshuizing op gang gekomen. Assyrië wist zich redelijk tegen de Arameërs en de Sutû te verdedigen, maar onder Adad-appal-iddina moest Babylon toezien hoe de tempel van de zonnegod Shamash in Sippar geplunderd werd. In 1024 werd de dynastie aan de kant gezet door een Arameër.
Kassieten - Babylon IV - Babylon V