Volgens de mythe van Heracles woonde in het stadje Elis, dat vlak bij Olympia lag in het westen van de Peloponnesos, een koning die Augias heette. Hij was getrouwd met Epicaste. Augias bezat de grootste kudde van het land. De kudde telde wel drieduizend ossen, maar de stallen van de kudde waren al in geen dertig jaar uitgemest. De opdracht van Heracles was om de stallen in één dag schoon te maken. Hij kreeg dat voor elkaar door twee rivieren die erlangs stroomden om te leiden, de Alpheus en de Peneus. Vanaf deze rivieren maakte hij een kanaal, waardoor het water door de stallen heen stroomde. Hij liet daarna het kanaal weer op de rivier uitkomen en damde de rivier af. Daardoor moest al het water door het kanaal stromen. Al het water nam steeds kleine beetjes vuil mee. Hij hoefde alleen even de mest in het kanaaltje te gooien en alles werd weggevoerd. Op die manier werden de stallen van Augias in één dag schoongemaakt en vervulde Heracles het vijfde van zijn twaalf werken.
Augeas was ziedend vanwege het succes, omdat hij Heracles als beloning een tiende deel van zijn land had beloofd. Hij kwam deze afspraak echter niet na. Daarom werd Augias door Heracles gedood. Heracles gaf zijn koninkrijk toen aan Phyleus, de zoon van Augias. Deze laatste was door zijn vader verbannen vanwege zijn steun aan Heracles.