Atjeh is een deel van Indonesië. Van 1873 tot 1943 was Nederland in oorlog met Atjeh, de zogenaamde Atjehoorlog. De onafhankelijkheidsdrang van Atjeh kent een lange geschiedenis. Pas in 1904 lukte het generaal Van Heutz Atjeh volledig te bezetten, al slaagden de Nederlanders er nooit in haar bevolking volledig te onderwerpen. Tot aan de Tweede Wereldoorlog braken er geregeld grote opstanden uit, die slechts met geweld door de Nederlanders konden worden neergeslagen. De komst van de Japanners luidde het definitieve einde van het Nederlands kolonialisme in, het Indonesische nationalisme was niet meer te keren. De laatste daad van de Nederlanders was de overdracht van geheel Nederlands-Indië aan de Republiek Indonesië. Daarmee werd na vijf jaar bloedvergieten het Indonesische nationalisme erkend, ten koste van de onafhankelijkheid van ondermeer Atjeh, de Molukken en Irian Jaya.
Ook de Republiek Indonesië slaagde er nooit in de opstandige provincie te pacificeren. Hoewel Atjeh onderdeel van de Republiek was geworden, getuigen diverse grote opstanden ervan dat het onafhankelijkheidsstreven onverminderd bleef. In 1976 bundelde het verzet zijn krachten in de Beweging Vrij Atjeh (GAM, Gerakan Aceh Merdeka) die de gewapende strijd aanging met het Indonesische leger. Deze strijd kenmerkt zich door de afwisseling van periodes van hevig gewapend conflict en relatieve rust.
Reformasi
Met het terugtreden van president Soeharto in 1998 kwam er in Indonesië na vele jaren van dictatuur eindelijk ruimte voor democratische hervormingen. Onder president Habibie bloeide de 'reformasi' op. Hij schonk Oost-Timor in 1999 een referendum waarin met grote meerderheid gekozen werd voor onafhankelijkheid. Het leger waarschuwde daarop dat het niet bij de onafhankelijkheid van Oost-Timor zou blijven en dat ook andere regio's zich zouden gaan afsplitsen. Zodoende probeerde zij Oost-Timor een laatste maal met geweld haar wil op te leggen. Hoewel de onafhankelijkheid van Oost-Timor er niet mee werd tegengehouden, brandde het leger tweederde deel van het eiland plat.
Ondanks deze ferme waarschuwing van het leger, vroeg Atjeh nog in datzelfde jaar eveneens om een referendum. Vanaf dat moment startten de Indonesische regering en de GAM met onderhandelingen, die op 12 december 2002 tot een vredesakkoord leidden. Na beschuldigingen over en weer besluit de Indonesische regering de onderhandelingen te staken. Op 19 mei 2003 begint een troepenmacht van 50.000 militairen aan een grootscheeps offensief in Atjeh.
Er vielen in Atjeh 10.000 burgerslachtoffers in de periode 1989-1998.
Nederlands materieel
Volgens onderzoek van de Nederlandse SP is de Indonesische marine ingezet tegen de bevolking van Atjeh. Krista van Velzen stelde hierover begin 2004 vragen in de Tweede Kamer.
Nasi, een eilandje voor de kust van Atjeh, is op 22 mei 2003 door vijf marineschepen gebombardeerd. Zeker twee schepen hiervan, de Todak en de Lemabang, zijn uitgerust met radarapparatuur van Thales Nederland.
Bronnen