Een van de bekendste verhalen uit de Griekse mythologie is dat van Jason en de Argonauten. Jason was de zoon van koning Aeson die regeerde over Iolcus. Hij zou opvolger voor de troon worden zodra de koning stierf. Maar voordat Jason geboren werd, had de halfbroer van de koning Aeson, Pelias, hem afgezet en opgesloten.
De moeder van Jason deed alsof hij bij zijn geboorte was gestorven en nam hem in het geheim mee naar de Centaur Chiron. Daar werd hij opgevoed door Chiron's zijn vrouw Chariclo en zijn moeder Philyra. Chiron zelf leerde hem veel over medicijnen. Als Pelias had geweten van het bestaan van Jason, dan zou hij hem zeker vermoord hebben.
Alhoewel Pelias niets van Jason wist, kon hij toch niet rustig slapen, want een orakel had hem gewaarschuwd dat hij zou vermoord worden door een familielid en dat hij zichzelf moest beschermen tegen een man met maar een sandaal.
Na 20 jaar verscheen er op de markt van Iolcus een knappe jongeman met gouden krullen. Hij droeg een huid van een luipaard en had een sandaal aan, de andere had hij verloren het dragen van een oude vrouw over een rivier.
Toen Pelias de grote vreemdeling met de ene sandaal zag, werd hij bang. Dit moest de man zijn waar het Orakel voor gewaarschuwd had. Jason verbleef vijf dagen in het huis van zijn vader, op de zesde dag ging hij naar Pelias om zijn troon op te eisen.
"Wat is je naam?", vroeg koning Pelios aan de vreemdeling, "en waarom ben jij naar mijn koningkrijk gekomen." De vreemdeling vertelde wie hij was. "Ik ben hier om de troon op te eisen, want mijn vader is jouw halfbroer en ik ben de rechtmatige koning van dit land. Ik wil niet met je vechten, je mag al je rijkdommen van dit koninkrijk behouden, maar ik moet de titel koning hebben, want daar heb ik recht op."
Koning Pelias dacht snel na en antwoordde: "Ik zal niet met je vechten, de troon zal snel genoeg van jou zijn. Maar eerst moet je een ding voor mij doen. Breng het Gouden Vlies terug van het koninkrijk Colchis. Het hangt aan een boom die bewaakt wordt door een draak die nooit slaapt. Dit Gouden Vlies behoort aan óns koninkrijk. Alleen een sterk en moedig man zoals jij kan het Vlies terug brengen. Wanneer je ermeer terugkeert, is de troon voor jou".
Het Gouden Vlies was van goddelijke ram die Phrixus van Orchomenos naar Colchis had gebracht. Dit was een generatie er voor gebeurd.
Pelias was er zeker van dat niemand deze gevaarlijk reis kon overleven, Jason wist dit niet. "Dit zal een geweldig avontuur worden", antwoordde Jason. "Ik neem je uitdaging aan. Ik zal een groep helden zoeken die mij helpen en er zal zo snel mogelijk een schip gereed zijn."
Jason vroeg aan Argus, een groot scheepsbouwer, hem een schip te maken met 50 roeispanen. Daarna verstuurde hij afgezanten naar elk paleis in Griekenland, vragend om vrijwilligers om hem te helpen met het terugbrengen van het Gouden Vlies. Het schip werd Argo genoemd.
De 50 vrijwilligers waren (in alfabetische volgorde):
- Acastus, zoon van Koning Pelias
- Actor, zoon van Deion de Phocian
- Admetus, prins van Pherae
- Amphiaraus, de ziener van Argive
- Machtige Ancaeus uit Tegea, in Arcadia
- Kleine Ancaeus de Lelegian van Samos
- Argos de Thespian, de ontwerper en bouwer van de Argo
- Ascalaphus de Orchomenan, zoon van Ares
- Asterius, zoon van Cometes, een Pelopian
- Atalanta van Calydon, de maagdelijke jaagster
- Augias, zoon van Koning Phorbas uit Elis
- Butes uit Athene, de bijenmeester
- Caeneus de Lapith, die ooit een vrouw was geweest.
- Calais, de gevleugelde zoon van Boreas
- Canthus de Euboean
- Castor, de Spartaanse worstelaar, een van de Dioscuri
- Cepheus, zoon van Aleus de Arcadier
- Coronus de Lapith, uit Gyrton in Thessalie
- Echion, zoon van Hermes, de heraut
- Erginus uit Miletus
- Euphemus uit Taenarum, de zwemmer
- Euryalus, zoon van Mecisteus, een van de Epigoni
- Eurydamas de Dolopian, van het meer Xynias
- Heracles uit Tiryns, de sterkste man die ooit geleefd heeft
- Hylas de Dryopian, knecht van Heracles
- Idas, zoon van Aphareus uit Messene
- Idmon de Argive, Apollo's zoon
- Iphiclus, zoon van Thestius de Aetolian
- Iphitus, de heerser uit Phocis
- Jason, de kapitein van de expeditie
- Laertes, zoon van Arceisius de Argive
- Lynceus, De "uitkijk" man, broer van Idas
- Melampus uit Pylus, zoon van Poseidon
- Meleager van Calydon
- Mopsus de Lapith
- Nauplius de Argive, zoon van Poseidon, een noterende navigator
- Oileus de Locrian, vader van Ajax
- Orpheus, de Thracian dichter
- Palaemon, zoon van Hephaestus, de Aetolian
- Peleus de Myrmidon (vader van Achilles)
- Peneleos, zoon van Hippalcimus, de Boeotian
- Periclymenus uit Pylus, de zoon van Poseidon, kon van gedaante veranderen
- Phalerus, de Atheense boogschutter
- Phanus, de Cretenzer zoon van Dionysus
- Poeas, zoon van Thaumacus de Magnesian
- Polydeuces, de Spartaanse boxer, een van de Dioscuri
- polyphemus, zoon van Elatus, de Arcadia
- Staphylus, zoon van Dionysus
- Tiphys, de stuurman, uit Boeotian Siphae
- Zetes, broer van Calais.
De Argonauten verzamelden zich bij Pagasae, waar ze offers brachten aan de god Apollo. De voortekenen waren goed. Volgens Idmon kwam iedereen weer veilig thuis, behalve een (Idom zelf). De stuurman werd Tiphys en Lynceus kon op de uitkijk staan, terwijl Orpheus een lied zong tijdens het roeien. Toen ze op weg naar Colchis gingen, stopten ze eerst bij Aphetae, om hun water te verversen. Sommige verhalen zeggen dat Heracles daar al vertrokken was, of omdat hij aan het zoeken was naar een fontein en verdwaalde, of omdat het schip hem niet meer kon dragen.
Achtervolgd door stormen kwamen ze aan bij het eiland Lemnos dat geregeerd werd door vrouwen. Deze zagen de helden eerst als vijanden, maar later behandelden ze hen ook gewoon als vrouwen. Hun haat veranderde in liefde. Jason verkoos de koningin Hypsipyle als vrouw, de dochter van Thoas. De anderen, behalve Heracles, lieten zich met blijdschap vermurwen door de andere vrouwen van het eiland Lemnos en vergaten hun missie.
De Argonauten verbleven twee jaar op het eiland. Later gingen ze weer naar het schip dankzij Heracles' leiderschap. Een andere bron zegt dat dit kwam door het lied van Orpheus. Toen ze vertrokken, lieten ze vele nakomelingen achter. De meesten waren zonen, genoemd naar hun vader.
Op het advies van Orpheus, zeilden ze eerst van Lemnos naar Samothrace, waar ze zich gingen verdiepen in de mysteries van Persephone. Daarna gingen ze rechtdoor naar de Hellespont en bereikten ze de Propontis. Kort daarna bereikten ze het eiland van de Doliones, die afstammelingen waren van Poseidon en die geregeerd werden door koning Cyzicus. Toen de Argonauten aankwamen, was de koning getrouwd met Clite, de dochter van Merops. Cyzicus verwelkomde de helden en nodigden hen uit op het bruiloftsbanket. Tijdens het banket werden de bewakers van de Argo aangevallen door zes aardgeboren reuzen. In het gevecht vermoordde Heracles ze alle zes. De volgende dag gingen ze weer verder. De storm was die nacht zo sterk, dat ze weer teruggedreven werden naar waar ze vandaan kwamen. Doliones viel de Argonauten aan, omdat hij dacht dat het piraten waren. Jason vermoordde koning Cyzicus. Het incident werd opgehelderd en de vriendschap werd weer hersteld. Jason en zijn vrienden deden mee aan de spelen die georganiseerd waren tijdens de begrafenis van de koning. De vrouw van de dode koning hing zichzelf op van verdriet.
Door de ongunstige wind moesten ze nog eens twaalf dagen op het eiland verblijven. Hera stuurde een vogel met bericht naar de profeet Mopsus. De argonauten moesten het standbeeld van Cybele vestigen op de berg van Dindymus, omdat ze de kinderen, de zes reuzen, van moeder aarde hadden vermoord. Zodra ze dit deden werd de zee weer kalm.
De sterke Argonauten trokken hard aan hun roeispanen en het schip voer door de golven. Om hun eindbestemming sneller te bereiken, riep Heracles na een tijdje: "Laten we een wedstrijd doen wie het langste kan roeien!" De anderen stemden in en begonnen hard te roeien. De een na de ander werden ze moe, alleen Jason en Heracles roeiden door. Tenslotte moest Jason overgeven van vermoeidheid en Heracles' roeispaan brak in tweeën.
Ze moesten aan land gaan, om een nieuwe roeispaan te maken en het water te verversen. Terwijl het eten klaar werd gemaakt, zocht Heracles hout voor zijn roeispaan en ging Hylas op zoek naar drinkwater. Bij de Pegaefontein kwam Hylas nimfen tegen. Ze waren verliefd op hem geworden en lokten hem mee naar het water en trokken hem erin. Polyphemus hoorde het geschreeuw en schoot hem te hulp. Toen hij op weg was, kwam hij Heracles tegen. Terwijl ze aan het zoeken waren, gingen de Argonauten weer verder met hun reis.
Onderweg kwamen ze ook langs het land van Bebryces in Bithynia, langs de kust van Propontis. Het land werd geregeerd door een woeste koning genaamd Amycus, een zoon van Poseidon. Amycus weigerde hun voedsel of water, tenzij er iemand vocht met hem in de ring. Polydeuces was kampioen boksen en nam de uitdaging aan. Alhoewel Amycus sterker en jonger was, lukte het Polydeuces om hem te verslaan. In sommige versies werd de koning zelfs vermoord, in andere versies werd hij neergeslagen en zorgde Polydeuces ervoor dat de koning beloofde dat hij vreemdelingen niet meer zou pijnigen.
Na een tijd kwamen de Argonauten in een koninkrijk waar een wegkwijnende, blinde en uitgehongerde Phineus regeerde, die hen om hulp vroeg. "Omdat ik de toekomst kan voorspellen, heeft Zeus mij gestraft," zei Phineus. "Elke keer als ik aan mijn maaltijd wil beginnen, stuurt hij twee afschuwelijke wezens, de Harpijen, die mijn voedsel stelen en de rest zo erg laten stinken dat ik het niet meer kan eten."
"We zullen je helpen, oude man," zei Jason. "Vertel ons wat we moeten doen." "Alleen twee van jouw mannen, de zonen van Boreas, de noordelijke wind, kunnen ze verdrijven," zei Phineus.
De zonen van Boreas stapten naar voren, hun zwaarden gereed. Daarna serveerden de argonauten het eten aan Phineus. De Harpijen vlogen naar beneden, stalen het voedsel en vlogen weer weg. Dit keer vlogen de zonen van Boreas achter hen aan, sloegen ze met hun zwaarden en joegen ze weg. Een ander verhaal vertelt dat ze gevangen werden met een groot net en daarna werden opgesloten in een kooi. Nog een ander verhaal vertelt dat ze vermoord werden. "Ze zullen je niet meer lastig vallen," zeiden ze tegen Phineus.
"Ik kan je niet genoeg bedanken," zei Phineus. "Je hebt mijn leven gered. Nu zal ik jou helpen. Want ik weet dat jij door de gevaarlijke Bosporus moet roeien, rechtdoor naar de Zwarte Zee naar Colchis."
Het was een waardevol advies en Jason en de Argonauten zetten koers naar de Bosporus. Uiteindelijk zagen ze de gevaarlijke rotsen genaamd Symplegades, die de ingang naar Bosporus bewaakten. Phineus had verteld: "Wanneer een schip de rotsen probeert te passeren, dan zullen ze te pletter vallen op het schip. Er is maar een weg. Laat een duif voor je vliegen, en wanneer de rotsen op zijn staart vallen, roei dan met al je kracht. Alleen dan lukt het om te passeren voordat de rotsen opnieuw vallen."
Euphemus liet de duif los. En net zoals Phineus voorspeld had, vielen de rotsen naar beneden op het puntje van de duif zijn staart. Toen schreeuwde Jason "Roeien!" De Argonauten deden dit, en de Argo slipte er veilig tussendoor. Jason keek achterom en zag dat de rotsen weer naar beneden vielen. Alleen het achterste puntje van de staart van het schip werd geraakt. Maar dat was snel gerepareerd. Zoals een voorspelling zei: als een schip er veilig passeerde, konden de rotsen niet meer bewegen. En sindsdien is het een veilige route voor zeelieden.
Toen ze door de Zwarte Zee waren gevaren, kwamen ze als eerste aan bij het eiland Thynias. Van dat eiland zeilden ze naar het land van Mariandyni, waar ze verwelkomd werden door de koning Lycus. Lycus had al gehoord dat ze zijn vijand, de koning Amycus, hadden vermoord. Uit dankbaarheid bood hij zijn zoon Dascylus aan, die hun kon leiden langs de kust voor hun missie. Tijdens hun verblijf op Mariandyni, werd de ziener Idmon aangevallen door een wild zwijn en stierf. Terwijl de begrafenisrituelen georganiseerd werden, werd de stuurman Tiphys ziek en stierf ook. Zijn plaats werd ingenomen door Ancaeus. Al snel zeilden ze naar het oosten. Daarna bereikten ze de stad Sinope in Paphalogonia. Daar pikten ze Autolycus en zijn broers op. Argo zeilde toen voorbij het land van de Amazones en het land van de Chalybians, die beroemd waren om hun smeedwerk. Vlakbij een klein eiland genoemd Aria, werden de Argonauten aangevallen door een kudde bronzen vogels, die hen beregende met scherpe metalen veren. Ze volgden de instructies van Phineus op, de ene helft ging roeien en de andere helft beschermde hen met schilden. Uiteindelijk verjoegen ze de vogels met het geluid van het slaan van de zwaarden op de schilden.
Op hetzelfde eiland kwamen ze Argos, Cytissorus, Melas en Phrontis tegen, de zonen van Phrixus. Ze hadden schipbreuk geleden. De Argonauten gaven hun beschutting en eten zodat ze allemaal verder konden met hun reis. Door de mond van de rivier Phasis kwamen ze uiteindelijk aan in Colchis, het land van Helios, zoon van koning Aetes. Vermoeid maar opgewonden. "Ergens in dit land wordt het Gulden Vlies bewaakt door een woeste draak. Ik weet niet waar we het zullen vinden, maar vinden zullen we het! Maar eerst moeten we uitrusten en gaan slapen."
Terwijl de argonauten sliepen onder de sterren, dscussieerden de godinnen Hera en Athena op de berg Olympus. "We moeten Jason helpen" zeiden ze tegen elkaar, want Jason was een van hun favoriete stervelingen. Ze dachten allebei hetzelfde. "Laten we Aphrodite om hulp vragen."
Aphrodite, godin van de liefde, was altijd blij om haar krachten te gebruiken, en zei tegen haar zoon Eros: "Ik geef je een glimmend speeltje, een bal van goud, als je doet wat ik je zeg." "Vraag maar," zei Eros en keek verlangend naar het speeltje.
"Je moet er voor zorgen dat de dochter van de koning van Colchis verliefd wordt op Jason. Haar naam is Medea en ze is een heks. Alleen Medea kan er voor zorgen dat hun gevaarlijke missie slaagt," zei Aphrodite.
Eros bereidde zich voor om af te dalen naar de Aarde, terwijl de Argonauten naar het paleis van koning Aetes gingen. De koning groette hen op een beschaafde manier, net zoals zijn dochter Medea. Hij vroeg aan Jason waarom ze gekomen waren. Jason antwoordde: "We zijn allen dappere mannen van Griekenland, en we zijn hier gekomen om jou te vragen het Gouden Vlies te overhandigen in ruil voor een dienst. Vraag aan ons elke dienst, en we zullen die uitvoeren in ruil voor het Vlies."
Koning Aetes herinnerde zich een voorspelling dat als hij het vlies zou geven dat hij zijn heerschappij verloor. Hij was niet van plan om het vlies weg te geven, het was een van zijn kostbaarste bezittingen. Dus bedacht hij een opdracht die onmogelijk was om uit te voeren.
Hij zei tegen Jason: "Ik zal blij zijn als ik het Gouden Vlies aan je kan overhandigen, maar eerst moet je twee stieren aan een ploeg spannen die vuuradem hebben. Dan moet je het veld ploegen, en in de groeven van de aarde moet je tanden van een draak strooien. Uit deze tanden groeien bewapende mannen, ze zullen je aanvallen. Je moet ze neer slaan met een arm."
"Ik zal dit morgen doen" zei Jason, hoewel hij nog niet wist hoe hij deze onmogelijke taak zou uitvoeren. Op dat moment vloog Eros naar Colchis. Snel schoot hij een liefdespijl in het hart van Medea, en sindsdien kon zij haar ogen niet meer van Jason afhouden. Medea verlangde om Jason te helpen met haar magie, maar ze probeerde wanhopig haar gedachten van hem af te houden. Hij was tenslotte toch de vijand van haar vader?
Die nacht draaide ze onrustig in bed, verscheurd door de liefde voor Jason en haar loyaliteit aan haar vader. Maar de pijl van Eros had zijn werk goed gedaan, want uiteindelijk stuurde ze haar bediende om Jason naar haar toe te sturen.
In het midden van de nacht verklaarde ze haar liefde aan Jason en zei: "Als je belooft om met me te trouwen, dan zal ik jou helpen." Jason sloeg zijn armen om de tovenares heen en beloofde met haar te trouwen. Toen zei Medea tegen hem: "Hier is een magische saus. Verspreid het over je lichaam en wapens, het zal je beschermen tegen de vuurademende stieren, en de bewapende mannen die uit de grond springen wanneer je de aarde bezaait met drakentanden." Ze gaf hem ook een magische steen die hij naar bewapende mannen kon gooien. "Ga nu, het is bijna zonsopgang."
De volgende morgen strooide Jason de magische saus over zijn lijf, schild en speer. Toen hij naar het veld kwam, stonden de koning en zijn mannen al te wachten op het spektakel.
"Jason wordt vermoord door de vuurademende stieren," zei de zoon van de koning, Apsyrtus. "Dat is zeker," zei de koning. "Wat een idioot, hij zal zeker sterven bij deze beproeving."
Jason ging het veld op en de twee stieren werden losgelaten. Jason rende achter hen aan, greep ze bij de horens en spande ze achter een ploeg.
"De stieren ademen vuur, en het doet hem niet eens pijn," zei Apsyrtus. "Hoe is dit mogelijk?" "Het is inderdaad vreemd," zei de koning. "Maar hij zal de strijders toch niet weerstaan die uit de tanden van de draak komen."
Jason leidde de stieren over het veld. De ploeg maakte groeven in de aarde. Jason zaaide de tanden in de groeven. Meteen sprong er een leger van strijders uit en rende op Jason af. Maar Jason gooide de magische steen in het midden van de strijders, vervolgens begonnen ze elkaar af te maken en kon Jason ze makkelijk doden met een speer.
Koning Aetes was woedend. Hij zei tegen zijn zoon: "Jason zal het Gouden Vlies nooit krijgen! Ga en roep het leger bij elkaar. Vanavond, wanneer hij verwacht dat ik hem het Vlies geef, zullen we zijn mannen op het schip aanvallen."
Omdat Medea tovenares was, wist ze van haar vaders plan. Die nacht stal ze het schip van Jason en zei: "Mijn vader is van plan te voorkomen dat je het Gouden Vlies in handen krijgt. Je moet het nu bemachtigen voordat hij je aanvalt. Ik zal aan boord komen en leid je naar het heilige bos. Daar hangt het Vlies." De helden roeiden zachtjes terwijl Medea hun er heen leidde. "Nu!" zei ze. "Stop hier en leg het schip aan de wal."
Ze deden precies wat ze zei. Toen slopen Jason en Medea aan wal naar het heilige bos. Daar zagen ze het Gouden Vlies hangen aan een boom, glinsterend in het maanlicht. Een enorme sissende draak bewaakte het, maar Medea sloop er naar toe en zong een zacht magisch slaapliedje. Al snel viel de draak in slaap. Jason pakte het Gouden Vlies en rende samen met Medea terug naar het schip. De helden roeiden zo snel als ze konden weg. Toen ze een aantal mijlen op zee waren, liet Jason het Gouden Vlies zien. Ze waren verwonderd over het Vlies en prezen Medea omdat zij geholpen had. "Maar hoe krijgen we Medea terug naar het paleis?" vroegen ze.
"Ze gaat ons niet verlaten" zei Jason. "Want ik heb haar beloofd dat ik met haar zo snel mogelijk zal trouwen."
Het duurde niet lang voordat koning Aetes erachter kwam dat het Gouden Vlies was gestolen en dat Jason samen met zijn dochter weggeroeid was. De koning stuurde Apsyrtus er met een leger achteraan.
Nogmaals redde Medea de Argonauten met haar bedriegerij. Ze stuurde een bericht naar Apsyrtus, waarin stond dat ze zouden ontmoeten op een eiland. Daar zou ze hem het Gouden Vlies geven en terugkeren naar haar vader.
Jason ging met Medea mee die nacht. Toen Apsyrtus arriveerde, sloeg Jason hem met een slag dood met zijn zwaard. Medea's jurk zat onder het bloed van haar broer. Ze was zo verliefd op Jason dat het haar niet veel uitmaakte dat haar broer dood was. Ze rouwde niet eens om hem.
Apsyrtus’ leger had nu geen leider en gaf het op. Jason en Medea gingen weer naar de Argonauten en zeilden naar huis in de Argo.
Eindelijk bereikte het schip veilig de haven van Iolcus. "Eindelijk thuis!" schreeuwden de Argonauten, terwijl Jason aan land kwam om het Gouden Vlies te vertonen aan koning Pelias.
Maar de vreugde duurde maar kort bij Jason. Hij kwam erachter dat Pelias zijn vader had vermoord en dat zijn moeder was gestorven aan verdriet.
Jason en Medea bedachten een plan om Pelias te straffen. Medea vertelde aan de dochters van Pelias dat ze de kracht had om Pelias weer jong te maken. Om ze overtuigen van haar kracht, slachtte en kookte zij een oud schaap samen met wat magische kruiden. Kort daarna sprong er een jong lammetje uit de ketel.
De dochters van Pelias waren overtuigd. Ze vroegen aan Medea om een spreuk over haar vader uit te spreken zodat hij in slaap viel. Daarna slachtten zij hun vader en gooiden hem in het kokende water. Maar deze keer gebruikten ze geen magische kruiden, en de arme Pelias kwam niet meer tot leven. De voorspelling dat hij vermoord zou worden door een familielid was dus in vervulling gegaan.
Maar Medea had geen kracht meer om de liefde van Jason te behouden. Hij werd verliefd op een prinses van Corinthe en was vastbesloten om met haar te trouwen, ondanks alles wat ze voor hem gedaan had.
Medea was woedend op Jason omdat hij haar verliet. Op de trouwdag stuurde ze een mooie trouwjurk naar zijn bruid toe, die zij had besproeid met gif. Toen de prinses de jurk aandeed, ging ze in vlammen op.
Daarna vermoordde Medea haar eigen kinderen, waar Jason de vader van was. Ze wist dat de kinderen een leven zonder inhoud kregen. Haar kinderen zouden toch slaven worden van Corinthe, of anders vermoord. Medea vluchtte op haar strijdwagen die werd voortgetrokken door draken en Jason bleef alleen achter als een eenzaam man, rouwend over zijn jonge bruid en zijn geliefde kinderen.
Jason was niet langer in de gunst bij de goden, want hij had zijn woord gebroken met Medea, zodat hij met een ander kon trouwen. Hij werd een vriendenloze en dakloze oude man. Op een dag keerde hij terug naar zijn schip om haar aan te staren. Plotseling viel de boeg van de Argo op zijn hoofd en hij stierf. Een ander verhaal vertelt dat hij afstand van de troon deed en naar Orchomenos in Boeotia reisde om daar het Gouden Vlies op te hangen in de tempel van Laphystian Zeus. Vervolgens zeilde hij met de Argo naar Corinthe om het schip te schenken aan Poseidon.
Lang na de dood van Jason hing het Gouden Vlies nog in de tempel van Zeus. Heel Griekenland kon hem aanschouwen, als herinnering aan de Heröische daden van Jason en de Argonauten.