Afwerking
Omdat een aquarel erg kwetsbaar is voor beschadiging door vocht, worden aquarellen altijd achter glas ingelijst. Meestal wordt daarbij een passepartout gebruikt om de vaak ruwe randen van de aquarel te verbergen. Geschiedenis
De waterverftechniek is al snel ontdekt na de uitvinding van het papier in China rond 100 na Chr. In de 12de eeuw werd papier door de Moren naar Spanje gebracht. Enkele tientallen jaren later kwam papier in Italië. Papier is, in tegenstelling tot het wat vettige perkament, geschikt voor waterverf. Men denkt dat de aquareltechniek is onstaan uit de frescotechniek.
De eerst bekende Europese aquarelschilder was de beroemde Italiaanse Renaissanceschilder Rafaël (1483-1520), die zogenaamde kartons schilderde, die gebruikt werden voor het ontwerp van wandkleden of gobelins, een in die tijd zeer gewaardeerde kunstvorm.
Albrecht Dürer (1471-1528) schilderde met waterverf. Het eerste onderwijs in deze techniek werd gegeven door Hans Bol (1534-1593). Andere beroemde aquarellisten zijn van Dyke (1599-1641), Thomas Gainsborough (1727-1788) en John Constable (1776-1837), hoewel allen ook olieverfschilderijen maakten.
Een modernere kunstenaar die veel aquarellen heeft gemaakt is bijvoorbeeld Paul Klee. Kandinsky schilderde de eerste abstracte aquarellen.