Anton Adriaan Mussert (11 mei 1894 - 7 mei 1946) was oprichter en leider van de NSB in de jaren voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de bevrijding werd hij ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. Anton Mussert werd geboren in Werkendam (Noord-Brabant). Na het doorlopen van de HBS studeerde hij weg- en waterbouwkunde aan de Technische Hogeschool Delft, waar hij cum laude afstudeerde. In 1917 trouwde Mussert met Maria Witlam, zijn 18-jaar oudere tante (de zus van zijn moeder). Omdat dit soort huwelijken tussen familieleden doorgaans verboden zijn, moest de regering toestemming voor dit huwelijk verlenen. Na zijn afstuderen trad hij in dienst van Rijkswaterstaat. Later ging hij werken voor de Provinciale Waterstaat van de provincie Utrecht.
Anton Mussert speelde een grote rol bij verzet tegen een verdrag met België, waarin afspraken over een verbinding tussen de Schelde en de Rijn werden gemaakt. Dit protest had succes toen de Eerste Kamer in 1927 het verdrag verwierp.
In 1931 was Mussert samen met Cornelis van Geelkerken oprichter van de NSB. Deze partij haalde halverwege de jaren '30 maximaal 8% van de stemmen bij de verkiezingen.
Toen de oorlog uitbrak dook Mussert onder. Na de capitulatie van de Nederlandse strijdkrachten, kwam Mussert tevoorschijn en wierp zich op als vertegenwoordiger van het Nederlandse volk. Mussert maakte zich sterk voor de oprichting van een Groot Nederland binnen het Duitse Rijk, waarin Nederland zou worden samengevoegd met Vlaanderen, Frans Vlaanderen en later ook met Wallonië. De Duitse bezetters namen dit plan echter niet serieus. Ook Mussert zelf werd door de Duitsers niet echt serieus genomen. Wel mocht Mussert in 1941 persoonlijk de eed van trouw aan Hitler zweren. In 1942 werd Mussert door de Duitse bezetters erkend als leider van het Nederlandse volk.
Mussert was tijdens de oorlog een tegenstander van het opgaan van Nederland in Duitsland en hij voerde hierover een felle strijd met Rost van Tonningen en Cornelis van Geelkerken.
Twee dagen na de capitulatie van de Duitse troepen, werd Anton Mussert op 7 mei 1945 gearresteerd. Na een proces op 27 en 28 november 1945 werd hij op 12 december 1945 door het Bijzonder Gerechtshof in Den Haag ter dood veroordeeld wegens hulpverlening aan de vijand, een aanslag op de grondwettige regering en een poging Nederland onder vreemde heerschappij te brengen. Dit doodvonnis werd op 20 maart 1946 door de Bijzondere Raad van Cassatie bevestigd. Op 7 mei 1946, precies een jaar na zijn arrestatie, werd Mussert op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd.