| Naam | Code(3) | Code(1) | R= |
| Alanine | ala | A | R= -CH3 |
| Arginine | arg | R | R= -CH-HN=C(NH2)2+ |
| Asparagine | asn | N | R= -CH2-CO-NH2 |
| Aspartaat | asp | D | R= -CH2-COO- |
| Cysteïne | cys | C\ | R= -CH2-SH |
| Glutamine | gln | Q | R= -CH2-CH2-CO-NH2 |
| Glutamaat | glu | E | R= -CH2-CH2-COO- |
| Glycine | gly | G | R= -H |
| Histidine | his | H | R= -CH2-cycl(NH-CH=N-CH=C) |
| Isoleucine | ile | I | R= -CH2-CH-(CH2)2 |
| Leucine | leu | L | R= -CH2-CH2-CH2-CH3 |
| Lysine | lys | K | R= -CH2-CH2-CH2-CH2-NH2 |
| Methionine | met | M | R= -CH2-CH2-S-CH3 |
| Phenylalanine | phe | F | R= -CH2-Ph |
| Proline | pro | P | R= -[5 ring van 4 C atomen en de amino-N die daardoor NH wordt] |
| Serine | ser | S | R= -CH2-OH |
| Threonine | thr | T | R= -CH(OH)-CH3 |
| Tryptofaan | trp | W | R= -CH2-cyclo(Ph-NH-CH=C) |
| Tyrosine | tyr | Y | R= -CH2-p-Ph-OH |
| Valine | val | V | R= -CH-(CH3)2 |
Aminozuren zijn de bestanddelen van eiwitten.
Een organisch molecuul met een zuurgroep -COOH kan reageren met een molecuul dat een (basische) aminogroep -NH2 draagt. Er ontstaat dan een peptide binding:
- R-COOH + H2N-R' => R-CO-NH-R' + H2
Een aminozuur is dus een chemische verbinding die zowel een -COOH zuurgroep als en een aminogroep -NH2 bezit. Omdat het molecuul zowel een 'kop' als een 'staart' heeft opent dat de mogelijkheid een polymere keten van aminozuren te maken. Zo'n molecuul heet een peptide. Eiwitten zijn peptiden en vormen een groot deel van de chemische machinerie van de cel. Zij worden voor allerlei doeleinden gebruikt. Hoewel er een zeer groot aantal mogelijke aminozuren, zijn er twintig daarvan die een uitzonderlijk grote rol spelen in de chemie van het leven, omdat zij de bouwstenen van de eiwitten vormen. Deze aminozuren kunnen ofwel door een drielettercode ofwel door een éénlettercode weergegeven worden. Bij alle biologisch belangrijke aminozuren zit de aminogroep en de zuurgroep vast aan het zeflde koolstof atoom, zodat ze allemaal met de algemene formule R-CH(NH2)-COOH voorgesteld kunnen worden. Zij verschillen dus in de groep R.
aanmaak van eiwitten
Door middel van het proces translatie word door de ribosomen het mRNA afgelezen en vertaald in een Eiwit. Het tRNA (transport RNA) zorgt voor de aanvoer van aminozuren naar het ribosoom toe die deze om zet in een polypeptide.
De verschillene aminozuren worden aangeduid met een 3 letterige code, die genetische code wordt genoemd. mRNA bestaat uit een sequentie van basen, welke per 3 tal (codon) coderen voor een specifiek aminozuur. Zo zal de sequentie ACC en ACA resulteren in de aankoppeling van een threonine molecuul aan het polypeptide.