De Vlaamse schilder Albert Van Dyck werd geboren te Turnhout in 1902. Toen Van Dyck begon als kunstenaar, was het Vlaamse expressionisme via de Latemse scholen de gezaghebbende kunststroming geworden in de Vlaamse kunstwereld. Aanvankelijk evolueerde Albert Van Dyck, via een luministische stijl, naar een zuiver picturale schilderkunst, waarbij hij vooral aandacht schonk aan het kind en aan het schrale Kempische landschap, vooral dan de omgeving van Kasterlee en Schilde, waar hij verbleef. Mede met oa. War Van Overstraeten, Albert Dasnoy, Jozef Vinck en Marcel Stobbaerts reageerde hij echter op de door hen als buitensporig aangevoelde evolutie van het expressionisme. Door critici werd hun kunst als Animisme omschreven.
Bij zijn artistieke vorming, studeerde Albert Van Dyck aan de Academie en aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten te Antwerpen, onder de leraars Isidoor Opsomer en Jules De Bruycker. In 1932 richtte hij een eigen vrije Academie op te Antwerpen. Hij had er oa. Jan Vaerten als leerling. In 1949 werd hij in die stad professor in het tekenen, aan het Hoger Instituut.
In het Gemeentehuis van Schilde werd, in 1997, het Van Dyck-museum ingehuldigd.