Tagoror  

Encyclopedie




Albanië

 
Republika e Shqipërisë
TaalAlbanees
HoofdstadTirana (427.000 inw.)
RegeringsvormRepubliek
Oppervlak
- % Water
28.748 km²
4,7%
Inwoners
- Dichtheid
3,5 miljoen
129/km²
MuntLek (ALL)
TijdzoneUTC+2
Nationale feestdag28 november
Dag van de Vlag
VolksliedHymni i flamurit
web | Code | Tel.al | ALB | 355
Albanië is een land in het westen van het Balkanschiereiland, grenzend aan de Adriatische en de Ionische Zee en aan Griekenland, Macedonië en Servië en Montenegro. Het was eeuwenlang een uithoek van het Turkse Rijk. In 1912 werd het land onafhankelijk en na de Tweede Wereldoorlog kreeg het onder Enver Hoxha een dogmatisch communistisch regime dat zich steeds verder van de rest van de wereld isoleerde. Albanië hield er een geheimzinnige reputatie aan over. Bovendien was het land toen het zich begin jaren negentig van zijn regime ontdeed het armste van Europa. Inmiddels heeft het in dat opzicht Moldavië ingehaald.

Albanië is staatkundig onderverdeeld in 12 prefecturen die op hun beurt weer verdeeld zijn in 36 districten.

Albanië kan worden beschouwd als een typisch Balkanland, maar het onderscheidt zich in een aantal opzichten van zijn naaste buren. De bevolking is tamelijk homogeen (hoewel de Albanezen uiteenvallen in noordelijke Gegen en zuidelijke Tosken), de islam is er de dominerende godsdienst en de Albanese taal neemt binnen de Indo-Europese taalfamilie een aparte positie in.

De bevolking is de snelst groeiende van Europa en concentreert zich in toenemende mate in de steden.

Een groot deel van de etnische Albanezen woont buiten Albanië: in de eerste plaats in Kosovo (Albanees: Kosova), waar ze de overgrote meerderheid vormen) en in Macedonië, daarnaast in Griekenland (Epirus) en kleine aantallen in Montenegro en Servië (afgezien van Kosovo). Sinds de Turkse verovering wonen er in Zuid-Italië de Arbëresh, eveneens van Albanese afkomst. De Albanese diaspora in West-Europa en in de nieuwe wereld is omvangrijk.

Table of contents
1 Gegevens
2 Recente geschiedenis en politieke situatie

Gegevens

Geografie

Politiek en staatsinrichting

  • president: Alfred Moisiu, sinds 24 juli 2002, termijn: 5 jaar
  • regeringsleider: Fatos Nano, sinds 31 juli 2002
  • minister van buitenlandse zaken: Luan Hajdaraga
  • parlement: één kamer: Kuvendi (140 zetels, termijn: 4 jaar)
  • bestuurlijke indeling: 36 districten (rreth, meervoud rrethe)
  • zetelverdelng:
    • PSS (socialistisch) 73 zetels
    • BF (combinatie van oppositiepartijen) 46
    • overige partijen 19
    • onafhankelijken 2

Bevolking

  • talen: Albanees (officiële taal), Grieks, Macedonisch
  • godsdienst: overwegend Soennitische Islam (70%), Grieks-Orthodox 20%, Rooms-Katholiek 10%
  • bevolkingsgroepen: Albanezen (Tosken en Gegen) (95%), Grieken (3%), Macedoniërs, Serviërs, Bulgaren, Sinti, Vlachen
  • bevolkingsgroei: 0,8% (gemiddelde 1980-2001)
  • Andere steden: Durrës (85.400 inwoners - 1990), Elbasan (83.300), Shkodër (81.900), Vlorë (73.800), Korçë (65.400)
  • analfabetisme: mannen 8%, vrouwen 22% (2001) (officiële data; vermoed wordt dat het werkelijke aantal hoger ligt)

Economie

Diversen

Recente geschiedenis en politieke situatie

Onder de socialistische premier Ilir Meta (
1999-2002) kwam Albanië in politiek rustiger vaarwater. De kwakkelende economie groeide snel, en de strijd tussen Macedoniërs en Albanezen in Macedonië werd bijgelegd. In 2001 begon een groot moderniseringsplan voor het wegen- en spoorwegennet, en de politie ging de strijd aan met de mensenhandel. De economie blijft echter een probleem, met een groot tekort op de handelsbalans, en zware problemen in de energievoorziening.

Meta had echter binnen zijn partij grote problemen, die zich toelegden op de presidentsverkiezingen van juli 2002. Meta wenste een herkiezing van de zittende president Rexhep Mejdani, maar partijvoorzitter Fatos Nano hoopte zelf tot president gekozen te worden. Via aantijgingen van corruptie van diverse ministers, bracht Nano de regering ten val. In het westen werd bezorgd gereageerd op de val van Meta, die internationaal als betrouwbaar gold. Pandeli Majko, net als Meta afkomstig van de pragmatisch-reformistische vleugel van de partij, werd de nieuwe premier, maar het IMF en de Wereldbank bevroren hun tegoeden wegens de politieke instabiliteit van het land. Toen ook de Europese Unie dreigde het associatieverdrag met Albanië om die reden op te schorten, zagen de Albanezen zich tot het vinden van een compromis gedwongen. De Democratische Partij, die de socialisten van onregelmatigheden tijdens de parlementsverkiezingen van 2001 verdacht, kreeg een onderzoek naar deze onregelmatigheden, en de beide vleugels van de socialistische partij verzoenden zich. Eén dag voor de presidentsverkiezingen slaagden alle partijen erin een gezamenlijke kandidaat naar voren te schuiven, de 72-jarige generaal buiten dienst Alfred Moisiu. Majko trok zich terug als premier, en Nano vormde de nieuwe regering.

Onder Moisiu en Nano kwam Albanië in politiek rustiger vaarwater. De fracties binnen de socialistische partij verenigden zich, en ook oppositieleider Sali Berisha (president van 1992-1997) steunde de regering.

Op termijn wil Albanië tot de Europese Unie toetreden, en als belangrijke stap in die richting begonnen in januari 2003 de besprekingen over een stabiliteits- en associatiepact met de EU. Een belangrijk struikelblok is de aanpak van de georganiseerde misdaad (mensenhandel, drugshandel, sigarettensmokkel). De bestrijding hiervan wordt in de komende jaren door de EU financieel gesteund.

In de buitenlandse politiek stelde Albanië zich achter de Verenigde Staten, wat blijkt uit het zenden van (74 man) troepen naar de Golfoorlog en steun aan het Amerikanse verzet tegen het Internationaal Strafhof.

Hoewel Albanië een flinke economische groei kent, blijft het een van de armste landen van Europa. De infrastructuur is onderontwikkeld, onderwijs is niet voor alle kinderen bereikbaar, en een groot deel van de Albanese economie is direct of indirect met de misdaad verbonden. Ook de corruptie vormt een ernstig probleem.

Staatshoofden van Albanië sinds 1945:

Omer Nishani1944-1953 (communist) Haxhi Lleshi1953-1982 (communist) Ramiz Alia 1982-1992 (communist, socialist) Sali Berisha1992-1997 (democraat) Skënder Gjinushi 1997 (interim) Rexhep Meidani 1997-2002 (socialist) Alfred Moisiu sinds 2002(partijloos)

nds:Albanien




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.