Adel is een maatschappelijke stand waaraan een bepaald aanzien en bepaalde voorrechten zijn verbonden. Veelal wordt een adellijke titel bij de geboorte verkregen. Adel in Nederland
Het merendeel van de Nederlandse adel is erg jong en gecreëerd door koning Willem I. In Nederland heeft de adel geen staatsrechtelijke privileges meer. Voor de grondwetswijziging van Thorbecke was dat wel anders. Toen had de adel nog het recht om de Provinciale Staten te kiezen als vertegenwoordigers van de ridderschappen. De Provinciale Staten kozen op hun beurt dan weer de leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Omdat er veel adellijke leden waren in de Provinciale Staten, waren er dus ook veel adellijke Eerste-kamerleden.
In Nederland is men pas van adel als men in die hoedanigheid erkend wordt door de Nederlandse staat. Ongetitelde adellijke mensen hebben recht op het predikaat jonkheer of jonkvrouw. Getitelde adellijke mensen hebben recht op de titels ridder, baron, graaf of prins, en natuurlijk de vrouwelijke equivalenten. Overige titels, zoals burggraaf, markies en hertog, komen niet meer in Nederland voor.
In Nederland is er, in tegenstelling tot Frankrijk en Duitsland, nog steeds een wettelijk bepaalde adel. Deze is geregeld in de Wet op de Adeldom van 1994. De Hoge Raad van Adel gaat over alle adelszaken in Nederland. Laatst is in opdracht van de Hoge Raad van Adel, het wapen van de nakomelingen van de Prins van Oranje vastgesteld.
Het is nog steeds mogelijk om als Nederlander opgenomen te worden in de Nederlandse adel aan de hand van Erkenning. Dat komt echter bijna niet meer voor aangezien men dan moet behoren tot een geslacht dat voor 1795 tot de inheemse adel behoorde. Dat is moeilijk te bewijzen en de meeste adellijke mensen van voor 1795 behoren al tot de Nederlandse adel.
Voor een overzicht van de adellijke families in Nederland, zie Lijst van Nederlandse adellijke families.